De vraag van 1 miljoen

Ergens, in de winter van 1990, zond VTM de quiz uit. Gevraagd: kandidaten die alles wisten over 1 onderwerp en bereid waren daarvoor 1 miljoen BF te incasseren. Ik geraakte door de preselectie en mocht meedoen, voor echt.

We spreken over het precolumbiaans tijdperk van de televisie in Vlaanderen. Alles werkte met videocassettes. je kunt de quiz daarom niet googelen, niets was digitaal. De quiz had geen uitstaans met multimiljonair. Er bestonden geen hulplijnen, vrienden met de nodige kennis, of multiple choice. Het was weten of sterven. Mike Verdrengh himself zorgde voor de hakbijl.

Ik rook mijn kans maar nam dit serieus. Studeerde letterlijk James Bond. Alle boeken, de boeken over de boeken, de films, zo’n vier keer. Internet was geen gemeengoed, Youtube en Wikipedia niet uitgevonden. Ik heb het over gortdroge stof, lijstjes, namen, details, anekdotes. De echte wereld was nog ver van ontsloten. Om maar iets te zeggen: naar Engeland, bakermat van MI6, was je 20 uur onderweg met de nachtboot. Naar Londen !

Na drie maanden kende ik  mezelf cum laude toe. Ik herkende alle acteurs vanaf hun eerste glimp, kon scènes plaatsen via het geluid en wist bij wijze van spreken welke scriptgirl had geslapen met welke regisseur. Ik was er klaar voor.

Om een lang verhaal kort te maken: het lukte. Ik werd de tweede Vlaming die een miljoen Belgische frank won. De eerste was een vrouw, die alles wist over Eddy Merckx, de derde een jonge gast die alles kende van Wereldvoetbal. We kenden elkaar, we volgden elkaar. We bleven overeind tussen andere kandidaten die sneuvelden.

Geoffrey Boothroyd

Niet dat het een makkie was, maar eigenlijk heb ik het slechts één keer benauwd gekregen. In de eerste ronde nog wel. Dat zat zo. Het spel telde vijf ronden, vooraleer je naar de wortel van één miljoen mocht kijken. In de eerste ronde kreeg je gewoon, rechtopstaand tien vragen voor je kanis. Kort, vraag-antwoord. Niet weten? Eruit. De volgende, naast jou. Mike stond bij mij, we waren aan vraag zes of zo. ‘Raymond,’ zei Mike. ‘Wat is de echte naam van Q?’
“Boothroyd, antwoordde ik, Major Boothroyd.”
“Juist,” zei Mike. “Voornaam?”

En daar stond ik. Ik dacht na, het kwam niet, dus ik herhaalde: “Major Boothroyd.”
“Oké is goed”, zei Mike, “de voornaam is niet nodig.” Hij stelde de volgende vraag. Achteraf gezien had ik daar kunnen maar niet mogen sneuvelen. Het personage Boothroyd heeft immers geen voornaam. De persoon aan wie de naam was ontleend, die wel.

Beretta
Beretta

Dat zat zo. Ian Fleming kreeg na een paar romans heel wat fanmail. Een daarvan, kwam van een wapenmeester, Geoffrey Boothroyd, die Fleming kapittelde dat James Bond nooit een Beretta mocht dragen. Dat was een wapen voor dames, zei hij, en hij raadde in de plaats een Walther PPk aan. Dat nam Fleming voor waar aan, hij publiceerde de wapenwissel in zijn vijfde boek, From Russia with Love, en zo komt die scène ook in de film. Onterecht. Dat zit dan weer zo.

In het vijfde boek, From Russia with Love, blijft de Beretta met de slagpin haperen in de schouderholster van Bond. Hij werd daardoor neergeschoten. In het volgende boek kan M dat niet laten passeren. Hij vraagt Bond van wapen te wisselen. Die scène komt voor in het volgende boek, Dr. No.

Walther PPK
Walther PPK

Bij de films is die volgorde echter omgekeerd. Dat kwam door de keuze van de producers. De scène met de Beretta zit in de allereerste Bondfilm, DR. NO, wat dus een anachronisme is.

Terug naar de quiz.
Ik wist van het bestaan van Geoffrey Boothroyd. Maar bij mijn weten werd Q in de boeken nooit bij de voornaam genoemd. En dat is ook zo. Maar Mike Verdrengh had mijn toekomst toen tussen zijn vingers. Voor even. Ik had achteraf misschien geljik kunnen halen, maar het momentum zou voorbij zijn. Dankzij deze barmhartige daad, kon ik verder.

Tot het eind, jawel.

From Raymond, with love