Goodbye Mr. Bond

Als kleine jongen – zowat 10 ten tijde van Goldfinger – had ik nog geen Bondfilm achter de kiezen. Ik meen dat ik You only live twice als eerste mag markeren. Dr No tot en met Thunderball haalde ik later in.

Ik kan niet goed traceren hoe precies, maar Oddjob, gouden Shirley en de projector seat katapulteerden Bond tot een opwindend baken in ons jonge leven. Naast Zorro, Winnetou en de verschrikkelijke sneeuwman uit Kuifje uiteraard. Kortom, in mijn universum als snotneus waren mijn helden van boek of doek, maar ik moest nog uit de korte broek.

De anticlimax volgde toen mijn ouders me meenamen naar de autocinema. Met je auto op het terrein, anderhalve meter afstand, zat je met z’n allen naar een groot scherm te kijken. Ik vond er geen bal aan: de klank uit een primitief geluidkastje klonk hol en weersomstandigheden speelden hun rol. Vanop de achterbank was het bovendien niet comfortabel kijken. Jezus, waar was Sensurround als je dat nodig had?

Cut the nostalgics, die dag aanschouwde ik voor het eerst Sean Connery. Uit de nevelen van mijn kindergeheugen herinner ik me een ernstig kijkende vent, die constant dreiging uitstraalde. Dat stukje klopte alvast. Verder vond ik het maar niks dat James Bond nauwelijks in een auto stapte, geen revolver hanteerde, een ware kletskous was en op de koop toe in de doeken werd gedaan door een roodharige vrouw. Tot het eind zat ik te wachten op actie, die er uiteindelijk niet kwam. Als dit James Bond was, konden ze die voortaan wel inpakken.

Nu, jaren later, vind ik Marnie nog steeds een van de zwakste Bondfilms. Komt waarschijnlijk omdat die van Hitchcock is. Doch de blik, dat charisma van Sean bleef me de rest van mijn leven bij.

Kijk daarom nog eens naar dr. no. Je krijgt die geheid op het scherm, de volgende weken. Bekijk de scène waarbij Bond zijn kamer controleert op afluisterappartuur (23:40). In zijn maatpak van duurzame klasse beweegt hij zich als een vis in het water. Al zijn bewegingen zijn nauwgezet maar natuurlijk. Beter nog, aan de casinotafel (7:48) wanneer hij voor het eerst zijn naam zal noemen, blijkt uit alles dat Sean, James Bond speelt, (is/incarneert/lanceert), zoals niet één een personage voor de eeuwigheid kon neerzetten.

Connery presteerde wat geen enkele filmacteur hem heeft voor- of nagedaan. Hij zette als de beste een serie op het goede spoor, maar werd daarna de indrukwekkendste acteur in andere films. Hij zou tweemaal koning worden.

In het begin van zijn tweede carrière, nam het zo’n vaart nog niet. Films als The Anderson Tapes (1971) of Zardoz (1974) waren amusant of merkwaardig, maar niet onvergetelijk. The Man Who would be King (1975) betekende het keerpunt. Hij speelde er naast zijn goede vriend Michael Caine. Het was de eerste film die qua verdiensten een Bondfilm benaderde. En hoewel een mindere film nog wel kon (wie kent nog The red Tent, The Offence, The Next Man, Wrong is right?), kwamen de kaskrakers vervolgens met de regelmaat van een klok: A Bridge too far (1977), The Great Train Robbery (1978), Outland (1981), Highlander (1986), The Name of The Rose (1986)  The Untouchables (1987), Indiana Jones (1989), The Hunt for Red October (1990), The Russia House (1990) Entrapment (1999). Telkens opnieuw spat het charisma van Connery van het scherm.  

Als acteur kende hij zijn gelijke niet, als mens ijverde hij voor Schotse zelfstandigheid. Hij had geen schrik om tegen heilige huisjes te trappen en in zijn persoonlijke leefsfeer zal hij niet alleen vrienden hebben gemaakt. Maar daarvoor zullen we hem niet herinneren.

Voor ons zal hij altijd de man zijn die 007 een smoel heeft gegeven. De vleesgeworden charme, de spion die wij beminden. De man die tweemaal koning werd.

Goodbye Mr. Bond. I never expected you to die …

From Raymond, with Love