HET PREDIKHEREN, GEHAVEND JUWEEL UIT DE 17e EEUW

Een mooi boek vraagt om een mooi kader en dat vonden we volop in het Predikheren. Het oorspronkelijke klooster werd sinds 1655 gebouwd door Noord-Brabantse Predikheren, op vlucht voor de Godsdienstoorlogen van die tijd.

De Predikheren uit ‘s Hertogenbosch zochten naar een plek waar ze rustig konden verblijven, maar werden van de ene naar de andere Noord-Brabantse stad gejaagd, onder impuls van de oorlog. Uiteindelijk zochten ze het dieper naar het zuiden, in Mechelen, waar ze een bevolking vonden die volop het katholicisme beleed. Ze verlieten dus het latere Nederlandse grondgebied.

De predikheren lieten een klooster en kapel optrekken op een van de locaties die de aartsbisschop hen in 1655 voorstelde. Hoogstwaarschijnlijk waren ze niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp maar ook voor de bouw ervan. In het begin van de 18e eeuw verving men de kapel door een kloosterkerk waarvan de barokke voorgevel nooit afgewerkt geraakte. Men koos voor een eenvoudige constructie met een naar het oosten gericht gebedshuis en een aanpalend rechthoekig klooster rond een centraal pandhof, en een pandgang die via arcades de verbinding vormde tussen het pandhof en de gemeenschappelijke ruimtes. Typisch voor de predikheren was hier ook de aanwezigheid van een bibliotheek.

Gebouwen die niets met het kerkelijk leven te maken hadden, zoals een brouwerij, plaatste men los van het klooster. Gebrek aan financiën verplichtten de paters ertoe de constructie in fasen uit te voeren waardoor de bouw ervan ruim tachtig jaar in beslag nam.

Na de Franse Revolutie en de inlijving van onze gewesten bij Frankrijk liepen de zaken totaal anders. De Mechelse Commissie voor Burgerlijke Gast- en Godshuizen, door de Fransen belast met de zorg voor minderbedeelden, zag het gebouw als een ideale locatie, om vanaf 1802, hulpbehoevende ouderlingen in onder te brengen. Men voegde daarvoor kloostercellen op de verdieping samen tot zalen.

In 1809 kreeg het complex een nieuwe bestemming en werd het tot militair hospitaal omgevormd. Militairen bleven hier aanwezig tot 1975, ook toen onze gewesten werden ingedeeld bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

De aanpassingen in de gebouwen gebeurden zonder respect. De kloosterkerk werd artilleriemagazijn waarvoor men in het kerkschip en de zijbeuken houten stellages aanbracht. Kasseien op de vloer en de trappen vervingen de oorspronkelijke materialen zodat paarden en karren vlot de kerk binnen konden. In de muren van de beuken zijn de ringen nog te zien waaraan de teugels van de paarden werden vastgemaakt.

Ook na de onafhankelijkheid van België gebruikten militairen verder de gebouwen. Waar nu het documentatiecentrum van de kazerne Dossin staat, bouwde men in 1830 een arresthuis, een gevangenis voor personen in voorlopige hechtenis. Toen men in Berchem in 1900 een nieuw en voor de tijd hypermodern militair hospitaal en arsenaal bouwde, nam het belang van het hospitaal af en geleidelijk aan richtte men het klooster in als kazerne. Tussen 1930 en 1940 was het de kazerne van het 7e Linieregiment, onder bevel van Hector De Lobbe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden Duitse bewakingstroepen hier een onderkomen. Na andere militaire eenheden en een aantal transformaties volgde in 1979 de bescherming als monument.

Mechelen kocht het complex aan in 1982 om het in 2000 aan een ontwikkelaar te verkopen. In 2010 kocht de stad het opnieuw aan. De voormalige kloostertuin was intussen omgevormd tot buurtplein. Lekkages, schimmels en insecten veroorzaakten instabiliteit waardoor men in 2012 en 2013 werken uitvoerde om het complex voor de toekomst te bewaren.

Voor de renovatie werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven, gewonnen door het Rotterdamse bureau Korteknie Stuhlmacher Architecten, met architect Mechthild Stuhlmacher. Ongeveer 25 miljoen € bedroeg uiteindelijk het budget voor de totale renovatie, voor de helft gefinancierd door de Stad Mechelen, voor de andere helft door de Vlaamse overheid.

De kerk is nog niet gerestaureerd, en wordt een polyvalente ruimte voor de organisatie van culturele activiteiten. De kloosteringang naast de kerk werd de hoofdingang. Gelijkvloers werd een restaurant/cafetaria met terras aan de kloostertuin ingericht. Het binnenplein biedt ook ruimte voor optredens. Actueel filmt VTM er een programma rond pop-up restaurants. Op de eerste verdieping bevindt zich de oude kloosterbibliotheek die ingericht werd als stille studie- en werkzaal, met een tijdschriftenaanbod. Daarnaast op dit niveau ook vergader- en leslokalen, die ook kunnen dienen als studieruimtes voor studenten of plekken voor coworking voor flexwerkers. De hogere verdiepingen, de zolder, onder de dakconstructie is omgebouwd tot de nieuwe locatie van de Mechelse stadsbibliotheek.

Het voormalige klooster werd na de acht jaar durende restauratie opnieuw ingehuldigd in het weekend van 31 augustus en 1 september 2019.

De preekstoel uit de kloosterkerk van de predikheren van Mechelen staat sinds 1803 in de Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk te Brussel. Het is een voorbeeld van barok houtsnijwerk en werd in 1757 vervaardigd uit eikenhout. Hij werd gebeeldhouwd door Lambert-Jozef Parant naar een schets van Andries Jozef Smeyers. De verschillende taferelen stellen Sint Dominicus voor die een ketter onder de voet loopt.