Over Ray

Een leven bestaat, zo zegt men, uit drie delen: geboorte, dood en het min of meer lange daartussen. Geen rocket science, want het herhaalt zich alle dagen, overal, met eender wie. 

Jeugd

Dat eerste deel, de geboorte, start met een heimelijke samenzwering tussen twee personen die jou niet eens kennen, maar achterbaks besluiten dat jij er voortaan bijhoort. Tegen deze mensen moet je voor de rest van je leven mama en papa zeggen. De productietijd duurt negen maanden en de lancering gebeurt niet pijnloos. Geen wonder dat je weent.

Vanaf dan kan het alle kanten uit. Als je in Somalië wordt geboren heb je geen geluk. Als je in Jordanië wordt geboren, heb je eigenlijk geen land en als het Korea wordt, heb je zelfs geen stem, laat staan een mening. Ik was fortuinlijker: het werd Borgerhout. Ik had dus geluk, land en een stem.

Om mezelf te worden, moest ik daar weg: Mechelen, daarna Weerde, waar ik woon. Zal sterven, maar laat dat maar even zo.

De fase ‘school” doorstond ik op het Atheneum in Mechelen en de broek werd daarna letterlijk gescheurd op de PIVA (richting Public Relations). Ik sneuvelde in het beruchte tweede jaar, dat de achtergrond vormt voor Blueberry Hill van Robbe De Hert. Je weet wel: The one with the stolen exam questions.

Carrière

Daarmee lag ik uit school, in het leven. Onervaren als ik was, nam ik een onbetaalde baan aan bij het Belgisch leger, maar kreeg mijn opzeg na 8 maand. Ik probeerde het vervolgens bij een vakbond, die mij wegmoffelde in een statuut van tewerkgestelde werkloze, een oxymoron, heb ik later geleerd, om me vervolgens kop van jut te maken over een lege subsidiedoos.

Ik belandde op de redactie van Het Spoor, tijdschrift van de NMBS. Een redactie? Ik zag niemand iets schrijven, op de Franstalige hoofdredacteur na. Geen verdere commentaar daarop, maar ik sprong in het gat. Ik keek ongelovig naar mijn hand die begon te schrijven.

De ganzenveer was van voor mijn tijd, maar anders maakte ik alle schrijfstadia mee. Ik heb – écht waar – met pen en papier geschreven. Ik kende alles van tipex en stencil, had een typmachine van dichtbij gezien. Laptops kwamen pas na de eeuwwisseling en was voorbehouden aan de graad, niet bij de kunde. Dat gold overigens niet alleen voor een laptop bij de NMBS.

Zoals je een marathon niet van de eerste keer uitloopt, zo schrijf je niet meteen een roman. Je moet door verschillende stadia van kunde. Dus groeide ik in reportages, kortverhalen, interviews, recensies en andere literaire spielereien. Ik schreef dat boekje vol, dertig jaar lang, totdat ze me beu waren. Enkele terzijdes dan maar: tijdschrift Teek, Century 21 Magazine, Het Nieuwsblad sportredactie, Belga Sport, de Vlaamse Misdaadauteurs, Crimezone.

James Bond Expert

De kink in de kabel was de zijsprong naar James Bond, met een quiz op VTM. Het verhaal daarvan lees je elders op deze website. Het resultaat was dat ik plots alles wist over 007. Iemand zei me: waarom schrijf je daar geen boek over?

Zo ging de bal aan het rollen. Ik schreef een boek voor Teek, vervolgens voor Uitgever Van Halewyck en tenslotte een stuk of drie voor Borgerhoff & Lamberigts. Dit jaar komt mijn James Bondboek uit bij Lannoo.

Was het eerste, en ja, zelfs het derde boek, een hele krachtpatserij, het werd alsmaar soepeler. Die marathon, hé? Na drie marathons wéét je dat er nog 42 kilometer aankomen. Dus kreeg ik pretentie. Waarom geen fictie proberen?  

Misdaadauteur

Opnieuw gaf Van Halewyck me mijn eerste kans. Ik ontwikkelde een held met een verleden dat slechts mondjesmaat aan bod zou komen. Kunstroof werd het eerste verhaal.

Ik kreeg de smaak te pakken. Door al dat redactiewerk, door het vechten met limieten in de James Bondboeken, kreeg ik de snelheid in de vingers. Het taalgebruik werd scherper, gerichter, beheerster. Ik kon mijn verdorven geest masseren om er de onzinnigste plots uit te verzinnen, waarvan ik het meest redelijke bewaarde en neerschreef. Na Damse Dagen en Rosia Montana bij uitgeverij Kramat, promoveerde ik naar Storyland, een uitgever die naast zijn auteurs meeloopt. De Zalige Moordenaar is het eerste, en zeker niet het laatste boek dat er zal verschijnen. Opnieuw, elders meer van dit lekkers.

Spreker

Hoewel ik geen grote naam ben in de thrillerwereld, laat staan het literaire heelal, meen ik niettemin dat ik een aparte stem heb, die vele lezers bevalt, eens ze me leren kennen. Daar wil ik aan blijven werken. Naambekendheid is geen doel, maar een middel om mijn overtuigingen en ficties bekender te maken.

Via een omweg wil ik dit bevestigen met mijn verworven kennis over James Bond. Die kennis is niet zozeer gebaseerd op weetjes en adoratie of verzamelwoede, maar behoort eerder tot het inzicht in de materie, mijn bewondering voor de mechaniek die steekt achter de grootste franchise van de filmwereld. Ik kan er honderduit over vertellen en wil graag parallellen ontdekken met wie het wil. Daarom ben ik binnenkort beschikbaar voor lezingen, meningen, workshops en dergelijke, waar ik mijn doelpubliek duidelijk wil maken dat we allemaal een stukje James Bond in ons hebben, als we maar goed zoeken.

Ik ben er het levende bewijs van.

Kerfstok

  • 1994 Winnaar Prijs Stad Leuven, essay over Robert Long
  • 1997 – Teek.  De James Bond Saga
  • 2006 – Van Halewyck.  De James Bond Saga
  • 2008 – Borgerhoff & Lamberigts. James Bond All In
  • 2012 – Borgerhoff & Lamberigts 50 jaar James Bond
  • 2015 – Borgerhoff & Lamberigts. James Bond. Van Dr. No tot Spectre
  • 2020 – Lannoo. Het James Bond boek.
  • 2012 – Van Halewyck. Arturo Dias-thriller: Kunstroof
  • 2015 – Kramat. Arturo Dias-misdaadroman: Damse Dagen
  • 2018 – Kramat. Arturo Dias-misdaadroman: Rosia Montana
  • 2020 – Storyland Arturo Dias-misdaadroman: De zalige Moordenaar