Relikwie

Bart Debbaut begon als thrillerschrijver. Na vijf thrillers vond hij blijkbaar onvoldoende genoegdoening in het thrillergenre en wierp zich op wat je de échte literatuur zou kunnen noemen. Als ik wakker word, ga ik dood (2013) en En toen schiep God Kevin (2014) waren twee, goedgeschreven, gevoelige parabels, met veel zin voor niveau en ironie. Sloeg het niet aan? Heimwee? Wie zal het zeggen? Maar dit jaar staat hij daar weer met een thriller: Relikwie.

Is het een definitieve inkeer? Wie zal het zeggen. In ieder geval is Bart als vanouds vertrokken voor een whodunit met wurgende snelheid.

Is het een definitieve inkeer? Wie zal het zeggen. In ieder geval is Bart als vanouds vertrokken voor een whodunit met wurgende snelheid.

Misschien was de tocht door de literaire woestijn nodig om afstand te doen van zijn vaste personages, Leyssens en Van Cattendyck, die, toegegeven, niets meer boden dan de Vincke’s of Verstuyften van andere series. In elk geval schonk de literaire spoeling hem meer bewegingsvrijheid, meer verbale beheersing waar hij mee weg kan. Meer métier, quoi.

Twee verhaallijnen in dit al bij al eenvoudige verhaal. Er loopt een seriemoordenaar rond die naar zijn perfecte vrouw zoekt, haar benadert, hersenspoelt en uiteindelijk vermoordt. Het is hem te doen om het kat-en muisspelletje. Dat levert nieuws op in de plaatselijke krant, die natuurlijk ook verkocht wordt in de winkel waar Sonja werkt. Wanneer Sonja in het zwembad een zeer aantrekkelijke man leert kennen, die haar onbeschaamd het hof maakt, is ze wel geflatteerd. Haar huwelijk met Johan verdrinkt immers in het druk-druk-druk van haar man, brokkelt af, en Bram, de nieuwe man, heeft dat ogenblikkelijk door. Metertje na metertje wordt Sonja gedwongen om toegevingen te doen, uiteindelijk beslissingen te nemen.

Tussendoor verneem je geregeld wat van de seriemoordenaar, die zijn “kunstwerken” tekent door de linkertepel –het dichtst bij het hart- af te snijden en hem soms in een mooi doosje cadeau te doen aan het volgende slachtoffer. Het doet wat gezocht aan, de o zo typische maniakale zucht naar aandacht van deze seriemoordenaar. Dat geldt ook voor de stukjes poëzie die hij achter laat, en waar alleen hij in al zijn krankzinnigheid een betekenis en een systeem kan geven. Tenslotte is er nog de muziek die in zijn hoofd opkomt, als passend kader voor de juiste moordmethode. Clever van Bart is dat hij deze muziekkeuze via Spotify en Youtube gebruikt op zijn website.

Een verhaal, toegegeven, dat ik al te vaak heb gelezen bij de Nederlandse thrillerschrijfsters: huwelijk in crisis – vrouw werpt zich in het onbekende maar wordt daar zwaar voor gestraft. Er is nochtans een element in dit boek, waarover ik moet zwijgen, dat het allemaal meer de moeite maakt dan op het eerste zicht lijkt. Ik vind het echter onvoldoende om dit boek een subliem boek te noemen.