21-12

De verborgen verleiders van het oude Maya

Prionen zijn op het eerste zicht nutteloze eiwitten in de hersenen, die echter drager kunnen zijn van ongeneeslijke ziekten zoals BSE (gekkekoeienziekte). Die ziekten hebben altijd bedorven vlees als oorzaak, zeker wanneer er kannibalisme in het spel is.

Schrijver Dustin Thomason is medisch geschoold en koos voor dit boek een alter ego dat in zijn bereik ligt: de wat vereenzaamde, wetenschappelijke workaholic, Gabriel Stanton, wiens vakgebied precies prionen inhoudt. In die hoedanigheid wordt hij op een dag naar een hospitaal geroepen, waar een Zuid-Amerikaanse man zo’n beetje zijn laatste adem uitblaast. Op zijn doodsbed herhaalt de man het onbegrijpelijk woord “Vooge”, wat K’iche blijkt te zijn, een oud-Mayaanse taal.

Laat de grote specialiste van K’iche nu net in Los Angeles wonen, en bovendien over de juiste vrouwelijke rondingen beschikken, zodat de love intrest van het verhaal ook al weer in orde is.
Klinkt sarcastisch, maar niet zo bedoeld. Want met deze drie elementen: prionen, Maya’s en Los Angeles schreef Thomason een heel spannend boek. Chel, de Maya-experte en Gabe, de dokter, vechten tegen tijd, ziekte en overheid. Vermits de ziekte snel een epidemie wordt die honderden slachtoffers maakt, geraakt de hele stad verlamd. De autoriteiten hebben L.A. immers in quarantaine geplaatst.
Stanton en Chel beseffen dat ze naar Guatelmala moeten, de bakermat van de Maya’s en tevens de geboorteplek van de eerste drager van deze vreemde ziekte. Vermits de quarantaine ook voor hen geldt, overtreden ze beiden de orders van hun oversten. Hun professionele gedrevenheid maakt hen vrijbuiters tegen wil en dank.
Tegelijk krijgt Chel op ongeoorloofde wijze een codex in handen, een uiterst zeldzaam document uit de tijd van de Maya’s, die wel haar job als conservator kost, maar die functioneert als een GPS naar de broeihaard.
Het hoeft geen betoog dat onderweg tal van moeilijkheden opduiken. Ex-echtgenoten of ex-medewerkers werken mee of tegen, een privémilitie duikt op, en dan verzwijg ik nog enkele verrassende plotwendingen. Op dat tijdstip in het boek verschijnen de eerste kreuken in de plot, die door de ontzaglijke vaart heel soepel leest. Sommige personages of scènes zijn echter ballast en vertragen de rush naar de oplossing nodeloos. Dat argument geldt duidelijk niet voor de authentieke Maya-tekst, die eens vertaald, een verhaal in het verhaal wordt, en daarmee een nieuwe spanning creëert.
Dustin Thomason heeft samen met een co-auteur, Ian Caldwell, het debuut van het decennium achter de rug met Rule of Four. Dat boek stond zes maand in de bestsellerlijst in Amerika, verkocht vier miljoen exemplaren en werd vertaald in 25 talen. Het was toen de tijd van de adoratie voor The Da Vinci Code, waarbij Rule of Four perfect aansloot, door er nog de mystieke geheimzinnigheid à la Naam van de Roos door te lepelen.
Met 21-12, de titel verwijst naar het einde der tijden dat de Maya’s zouden voorspeld hebben, zal het zo’n vaart niet lopen. Niettemin een spannend boek omdat de nadruk ligt op tempo, eerder dan op geschiedenis. Een flinke vier sterren waard.