Andermans geld

Het kabbelende debacle van de Tubal-bank

“Er is meer dan één begin en meer dan één einde, en er zijn ook vele manieren om hetzelfde verhaal te vertellen.”

 Dit is de sleutelzin, kerngedachte, uit Andermans geld (Other People’s Money), de nieuwste roman van Justin Cartrwight, een Zuid-Afrikaanse auteur met een boek of vijftien op zijn conto. Dat Cartwright, toch geen literaire kleuter, pas met  Andermans geld  op de Nederlandstalige boekenmarkt verschijnt, is een verrassing. Dat mag gerust met terugwerkende kracht goedgemaakt.

Die Justin Cartwright is van alle markten thuis. Als zoon van een krantenuitgever studeerde hij in Amerika en Oxford. Werkte als publiciteitswerver, regisseerde documentaires, films, tv-clips en campagnes voor politieke partijen. In Every Face I Meet werd genomineerd voor de Booker Prize. Leading the Cheers, White Lightning, Masai Freaming, The Promise of Happines werden her en der bekroond. Met Andermans geld heeft hij opnieuw goud in handen.

Er zijn vele manieren om hetzelfde verhaal te vertellen. Sir Harry Trevelyan-Tubal is/was de tycoon van de gelijknamige bank, die bestaat sinds 1637. Harry heeft zich na een beroerte teruggetrokken in zijn villa in Antibes. Harry takelt zienderogen af en alleen de hondstrouwe Estelle staat hem bij in zijn laatste ogenblikken. In een dagelijks mimespel vertaalt zij het kinderlijke gebrabbel en de goedbedoelde waarschuwingen voor de Tubal-bank. Als bewaker van eeuwenoude financiële waarden waagde hij zich nooit aan “casino-bankieren”.

Maar de bank wordt nu geleid door Julian Trevelyan-Tubal en die zal moeten boeten voor het schenden van het credo van zijn vader. Julian en zal daar nu de een hoge prijs voor betalen, nadat een hedgefonds over kop ging. De hele activa van de bank dreigt in de afgrond te donderen.

Julian probeert nu de reserves van de bank in te zetten om zijn klanten te vergoeden, zonder dat de financiële markt argwaan krijgt. Een bezoekje aan Liechtenstein, de verkoop van een boot, het stopzetten van alle charitatieve donaties, het zijn allemaal pleisters op de wonde.

Als Artair MacCleod, de eerste man van Julians huidige vrouw Fleur, bij een krantje uit Cornwall uit de biecht klapt, gaat de bal aan het rollen en dreigt het financiële debacle bij Tubal aan het licht te komen…
Er zijn vele manieren om een verhaal te vertellen en Cartwright gebruikt ze allemaal. Hij zit op de eerste rang bij de rijke bankiersfamilie en schetst hun minachting voor het cliënteel. Hij voelt mee met Treddizick, hoofdredacteur van de krant uit Cornwall, die als een Quichot ten strijde trekt. Hij sympathiseert met de wereldvreemde Artair MacCleod die in een droomwereld leeft. Hij ontziet de gevoelens van Fleur die zich gevangene voelt van de familie Tubal, geeft body aan Julian die tegen zijn zin de bank in kalme wateren moet leiden. Tenslotte creëert hij een massa alter-ego’s die staan voor jaloezie, wraak, ambitie, inhaligheid of welk ander menselijke tekortkoming ook maar in de aanbieding is. 

Met Andermans geld schreef Justin Cartwright een voltreffer. Ik geef geen vijfde ster omdat je als lezer behoorlijk moet wennen aan het trage ritme, het ontbreken van actie, het uitblijven van doorzicht in de intrige, de zee aan namen, kortom de plaatsing van alle figuren op het spelbord. Pas wanneer alles klaar staat, start de intrige, op Britse manier dan nog: kabbelend, geen ruk te veel, vol empathie, met een steeds dwingendere stuwing naar het einde.