Bloedgeld

Sterk begin, maar dan gaat de lucht er uit

Bloedgeld begint sterk. Een flashback naar 1986 leert ons Giorgio kennen, nog onbenoemd, maar toen dertien jaar, gezeten in de hoogste olijfboom van de boomgaard. Hij huilt om het onrecht dat zijn vader hem aandeed, toen hij die ochtend diens scheermes gebruikte, als rituele inwijding. Zijn vader sloeg hem in het gezicht. Het achtjarige buurjongetje komt Giorgio storen in zijn gemijmer en bekoopt dat haast met de dood, wanneer Giorgio voor het eerst een gewelddadige opdrang voelt en het bange jongetje bijna verstikt.

Vele jaren later huurt Giorgio een appartement van Wessel en Sanne, een Nederlands koppel dat in de nabijheid van Napels een oude villa opknapt en wat bijverdient met onderhuur. Wessel is een copywriter met een writer’s block, Sanne verveelt zich te pletter. Om alles op zijn plaats te zetten, moet nog verteld dat Wessel zijn non-creativiteit denkt op te lossen met een dagelijkse cappuccino in het barretje van de knappe Sofia, de ex van Giorgio. Voila, tot daar een beloftevolle setting die nog alle kanten uit kan, van chicklit tot romantisch epos. Auteur Edward Hendriks verknoeit dit hopeloos door er een slechte thriller van te maken.
Zo dicht bij Napels, moet hij gedacht hebben, kan je nauwelijks zonder de maffia, die uiteraard de dingen groots aanpakt. Zoals cocaïne verstoppen in bloembollen uit Nederland bijvoorbeeld. Giorgio blijkt een undercover agent bij de Rijdende Valken, een paramilitaire militie die strijdt tegen, ja tegen wat eigenlijk? Want Giorgio zit ook nog wat undercover informatie te leveren aan de maffia. Als Giorgio van hen de opdracht krijgt om twee Nederlandse zakenmannen bezig houden tijdens hun weekendje Napels, kan hij de klus tegen betaling doorspelen aan Wessel, Intussen maakt Giorgio goede sier met de verbolgen Sanne. De dingen lopen uit de hand als het bewuste scheermes uit de proloog het moordwapen blijkt waarmee de moeder van Sofia wordt omgebracht en Sofia zelf verminkt. Raad eens wie de pineut wordt? Zelfs een schrijver met writer’s block kan de rest zelf invullen.
Hendriks is redelijk penvast in het vastleggen van zijn personages en hun gedachtegangen. Bij het onderbouwen van de actie, geraakt hij echter hopeloos in de knoei. Overdrijving loert langs alle kanten. Wessel gaat op de vlucht voor enkele grammen cocaïne. Giorgio heeft blijkbaar de juiste connecties om heel Italië af te sluiten voor de vluchtende Wessel. Beide mannen waarschuwen Sanne dat ze de andere niet moet vertrouwen. De carabinieri pakken Wessel hard aan alsof hij de enige verdachte van moord is, gewoon op basis van dat snuifje cocaïne. De allure van het boek is groter dan de potentie. Dat loopt trouwens slecht af met een ontknoping die uiteindelijk heel persoonlijk blijkt.
De enige spanning een thriller waardig, vormen de flitsende gedachten van Wessel, wanneer die onbezonnen handelt bij de talrijke controles die hij probeert te ontwijken. De slotscène, waarbij vijf mensen elkaar onder vuur houden, maar toch tijd vinden voor oeverloze verzuchtingen, is potsierlijk en gaat er uiteindelijk helemaal over. Tot slot pleegt Sanne nog de grootste misdaad door het kind dat Giorgio heeft verwekt, in de laatste zin van het boek toe te kennen aan Wessel.
Oeps, het is er uit voor ik het wist.