Bonita Avenue

Bonita Avenue was in 2011 voor vele lezers het lievelingsboek. De schrijver Peter Buwalda, een voormalig journalist van o.a. Vrij Nederland, verzamelde met dit debuut literaire prijzen alsof het snoepjes waren, en iedereen die het heeft uitgelezen is er vol lof over.

Iedereen, behalve die geheimzinnige verscheurder uit Utrecht, die er in slaagde tientallen exemplaren van dit boek, en alleen dit boek, te verscheuren. Hij is nooit gepakt, maar heeft zich anoniem wel verontschuldigd. Mooie publiciteitsstunt? Buwalda beweert alvast van niets te weten.

Bonita Avenue heeft dergelijke stunt niet nodig, tenzij als leuk fait divers. Het familieverhaal van Siem Sigerius staat immers als een huis. Siem is briljant in alles wat hij aanpakt. Op de judomat, naast Wim Ruska, op de universiteit met zijn leerstoel wiskunde, in de regering, als minister van onderwijs. Hij doet het allemaal met verve, met briljant doorzicht. Maar privé heeft hij een zwaar probleem. Twee van zijn drie kinderen etaleren eveneens een briljante geest, maar dan op onverwachte domeinen. Zijn stiefdochter Joni ontpopt zich tot een echte porno Queen, die de eerste mogelijkheden van internet volop uittest. In samenwerking met haar man organiseert ze op professionele manier een erotische database, waarvoor mannen overal ter wereld graag betalen. Het jonge koppel wordt er steenrijk mee, ze kopen eerst al wat hun hartje verlangt, maar Joni reikt verder, hoger en wordt, mede dank zij de invloed van haar nieuwe vriend Boudewijn, eigenares van een porno-filmstudio in Los Angeles. Tot zover de afdeling schaamte. Wilbert vormt immers het échte probleem. Klaploper, nietsnut en flessentrekker eerste klas. De biologische zoon, die zich brutaal heeft gewurmd in het ogenschijnlijk gelukkig gezinnetje. Eenmaal aanvaard, ligt hij voortdurend op vinkenslag om de familie Sigerius op hun zwakke plekken te raken. En daar zijn er wel wat van, want Siem is niet van alle smet ontbloot.

Bij ieder goed auteur zou zo’n verhaal veilig worden behandeld, maar de klasse van Buwalda maakt er iets onvergetelijks van. Zijn verdienste ligt vooral op twee vlakken. Vooreerst houdt hij een originele en merkwaardige familiesaga in de hand, speelt met zijn pionnen als een meester en kan de onnozelste plotwending met veel vuur en overtuiging brengen.

Daarna is het vooral het creatieve taalgebruik dat opvalt. Zo vlekkeloos juist gekozen, speels waar het kan, sober waar het moet, waardoor dit boek moeiteloos het niveau lijkt te halen van de beste Jeroen Brouwersboeken. Als binnenkomer voor een jonge auteur kan dat tellen. Maar nu komt het moeilijkste: bevestigen !