De academiemoorden

Moord in het heiligdom van de literatuur

De Academiemoorden is het debuut van de Zweed Martin Olczak, die daarvoor scenario’s van tv-programma’s en enkele kinderboeken schreef.

Zijn hoofdfiguur, Claudia Rodriguez, is een Zweedse met Chileense wortels. Ze rijdt op een moto, houdt van armworstelen, bezoekt al vijf jaar haar echtgenoot die in coma ligt, en is, niet te verwaarlozen, inspecteur bij het federale recherche bijstandsteam.

De plot draait rond het vermoorden van negen juryleden die de jaarlijkse Nobelprijs voor literatuur uitreiken. Eerst wordt de voorzitter, Hubert Rudqvist, vermoord met een revolverschot. Het moordwapen blijkt een museumstuk uit de achttiende eeuw, een ingewikkeld en onpraktisch ding, gebaseerd op het principe van buskruit, waardoor het behalve veel lawaai, ook een stofwolk, zwavelgeur en specifieke kruitsporen nalaat. De aanwezige patholoog-anatoom oordeelt terecht dat dit een symbolische, en goed voorbereide daad moet zijn. Wanneer na de volgende moorden de connectie overduidelijk wordt, is gauw de hele federale politie op de been. Zoals dat hoort, worden er dan enkele openstaande rekeningen vereffend.
In dit geval piloteert korpschef Rod Jeglertz zijn protegé, Rolf Hedlund, waarbij de hoofdcommissaris Lars Lövdén, terzijde wordt geschoven. Dat komt Claudia bijzonder slecht uit, want onder het mom van functionaliteit en geheimhouding wordt zij buiten het onderzoek gehouden. De eerste werkvergadering tussen de verschillende diensten is daarbij veelbetekenend. Claudia wordt als het ware geëxcommuniceerd. Zoals het een heldin betaamt, zal haar dat niet beletten de zaak verder te onderzoeken. Ze neemt Leo Dorfman onder haar hoede, een voormalie minnaar maar ook een groot literatuurkenner, die leeft in een smoezelige boekenwinkel.
Dorfman bewijst zijn nut en samen lukt het hen verbanden te zien die de politie ontgaan. Ze doen heimelijk onderzoek in de kelder van de academie, slechts toegankelijk voor enkele uitverkorenen. Niettemin blijft de moordenaar hen telkens een stap voor, want de academieleden blijven sneuvelen, één na één.
Tot daar bekoort het boek, vooral vanwege de vaart en karaktertekening. Zodra het motief duidelijk is, wordt dit immers een wedloop tegen de tijd, en daarvoor heeft Olczak genoeg vakmanschap om dat aannemelijk te maken.
Het tweede stuk van het verhaal verzandt spijtig genoeg in ongeloofwaardigheden, wanneer Olczak de waarde van de Academie naar mythische proporties wil verheffen. Vergelijkbaar met de Heilige Graal, die net zoals bij de Da Vinci Code alles en iedereen zowel aantrekt als verpulvert. Wraak blijkt het motief, en die heeft haar wortels bij August Strindberg. Deze auteur, een van Zwedens grootste, werd in 1911 gepasseerd voor de Nobelprijs. Verbolgen heeft hij toen blijkbaar een boodschap verspreid tot wraak, die honderd jaar later door enkele fanatieke volgelingen wordt opgevolgd.
Ik wil niet te veel van de plot weggeven, maar de technische complexiteit van sommige moorden komt niet overeen met de potentiële daadkracht van de dader. Die heeft zeven jaar lang alles tot in de puntjes uitgewerkt, maar het lijkt me sterk dat hij alles kon voorzien wat er zeven jaar later zou gebeuren. Ook het uiteindelijke motief voor het ombrengen van het laatste slachtoffer lijkt ver gezocht.
Besluit: een boeiend boek dat tal van puzzelstukken aandraagt en de plotwendingen aan elkaar rijgt. De oplossing flirt echter met de geloofwaardigheid.