De Chemie van de liefde

Abha Dawesar is een naam die we in het oog moeten houden. Dawesar is een Indische auteur (1974) die in New York woont, maar De chemie van de liefde (Babyji) speelt zich af in het India van haar jeugd. Het zijn de jaren negentig, het ogenblik dat India nog een slapende reus is, vastgeroest in tradities en zelfbescherming. Anamika Sharma, het alter ego van de auteur, is dan vijftien.

Ze is een kei in alle natuurwetenschappen, leest Einsteins relativiteitstheorie voor de fun en vindt de Kamasoetra geestverrijkend. Ze is tevens de head prefect van haar school, en dat blijkt niet min. De school telt namelijk zo’n 6000 leerlingen en zo’n head prefect is gemachtigd om die leerlingen op de speelplaats te dirigeren, toe te spreken en te berispen. Ze is de ultieme schakel tussen leerlingen, leraars en directie en ze wordt, in ruil voor een onberispelijk gedrag, zeer serieus genomen. Toch is Anamika allesbehalve braaf, anders zouden we geen boek hebben. Ze besluit de chaostheorie in de praktijk om te zetten en begint tegelijk seksuele lesbische verhoudingen met een gescheiden vrouw die ze India noemt, een sexy klasgenote en haar aanhankelijke thuisbediende.
Haar relaties met deze vrouwen vormen de goed gevulde leidraad van dit vrijpostige boek. Op een tweede niveau (en derde) lees je over de evolutie die dat grote land doormaakt. Het kastensysteem krijgt het zwaar te verduren, er is veel onderhuidse kritiek op het huwelijk en de hele roman is een kritiek op hypocrisie en moraliteit. Uiteindelijk zal Anamika zichzelf bevrijden door haar ambitie te volgen en naar de Verenigde Staten trekken. Weg van haar liefdes, familie en land. Als dat boeken oplevert van dit hoge niveau vinden we dat absoluut niet erg.