De geschiedenis van het hertogdom Brabant

De geschiedenis van het hertogdom Brabant wordt aangepakt vanaf de Romeinse tijd tot op heden (lees: 2000). De bevolking van Brabant zag zowat alle mogelijke legers over zijn grondgebied draven, wellicht op die van Attila de Hun en Djengis Kahn na.

Die veldslagen werden altijd door de ene of de andere cash betaald, zodat Brabant zich voortdurend moest aanpassen aan een nieuw regime. Van hun diverse heersers kregen de Brabanders taal, cultuur, organisatie of godsdienst, goedschiks of kwaadschiks, opgelegd. Dat is de reden dat het Hertogdom zo’n tien eeuwen later, een ware smeltkroes is geworden. Door de schok van de culturen kon zo nu en dan iets moois groeien zoals de lakenindustrie, de tapijtweverij of de schilderkunst.
Territoriaal loopt Brabant van oudsher van het land van Aalst tot Zoutleeuw, maar ook van Nijvel-Gembloers tot diep in Holland, net boven ’s Hertogenbosch. Zeker 35 tot 40 % van het vroegere grondgebied ligt in het huidige Nederland. Het valt dus niet te verwonderen dat iemand uit Mechelen meer affiniteit vertoont met iemand uit Breda dan met een Vlaming uit Gent, gewoon omdat de historische wortels zo lang in identieke grond zaten. Pas met de Godsdienstoorlog uit de late 16e eeuw en de daaropvolgende Tachtigjarige oorlog werd de definitieve scheiding een feit. Nederland vocht voor haar godsdienstige keuze: het protestantisme. Vlaams-Brabant (de huidige provincies Antwerpen en Waals-Brabant, met daarbij Brussel: het wordt behoorlijk ingewikkeld) bleef achter onder Spaanse knoet, gedwongen het katholieke als enige geloof te aanvaarden.
Op dat moment zit je voorbij de eerste twee delen van het boek. In het derde deel stevenen de auteurs naar de institutionele opdeling, waarvan Napoleon Bonaparte de aanzet gaf. Geleidelijk beland je in actuele geschiedenis, met bekende feiten als de Schoolstrijd, de Koningskwestie of het Egmontpact.
De voordelen van dit werk liggen voor de hand: accuraat, goed gedocumenteerd en volledig. Een refertewerk, kortom. Dat moet wel, gezien het aantal professoren dat hier de pen hanteert. Dat is gelijk ook het enige nadeel, want de soms uitputtende exactheid van de gegevens primeert voor een professor vaak op de vlotheid van lectuur. De geschiedenis van het Hertogdom Brabant is daarom geen vrijblijvende literatuur, maar een referentie voor wie begaan is met de materie. Aan het eind beslaan register, verantwoording en literatuuroverzicht dan ook zo’n 40 bladzijden. Dit boek is een kanjer in beide betekenissen.