De helden van New York

Van R(oger) J(ohn) Ellory hadden we in deze kolommen al Een volmaakte Vendetta (A QUIET VENDETTA (2006) – en Een mooie dag om te sterven (THE ANNIVERSARY MAN – 2010). Dan weet je meteen dat je met De helden van New York (HEROES OF NEW YORK) in de viersterren categorie zit.

Frank Parrish is de zoon van een van de helden uit de titel, maar heeft voor zijn overleden vader niets dan verachting. Dat werkt op zijn systeem, want hij faalt op alle niveaus: mislukt huwelijk, twee oudere, maar afstandelijke kinderen, een drankprobleem en een balorig karakter wat zijn job, rechercheur bij de NYPD, in gevaar brengt. Bij de aanvang van het boek is hij toe aan zijn laatste kans. Hij moet elke dag naar de psycholoog en krijgt voor de laatste keer een nieuwe partner. Daarbuiten laat het eigenlijke werk niet op zich wachten. Frank wordt geconfronteerd met een resem jonge, verkrachte meisjes en zwoegt, samen met zijn partner voor meer bewijzen.
Eerlijk gezegd is de actie in de plot wat mager. De boeven zijn niet bepaald Superman en het opduikelen van bewijzen gaat soms iets te gemakkelijk. Anderzijds zitten de hoogtepunten waar je ze niet verwacht. De gesprekssessies met de psychologe zijn allesbehalve saai. Parrish legt uit waarom hij zijn vader zo haat en verweeft dat met het maffiaverhaal van de jaren zeventig en tachtig in New York, toen de hele stad dreef op chantage en corruptie. De zogenaamde Helden van New York waren een stelletje corrupte agenten, waartoe zijn vader behoorde, die in ruil voor wegkijken bij grote acties kleine criminelen konden inrekenen.
Aan het einde van het boek, op het moment dat Frank gegarandeerd naar de verdommenis zal gaan, komt het tot een verrassende ontknoping.