De kunstroof

Stand alone van iets mindere kwaliteit

Ian Rankin zou voor de lezers van dit tijdschrift geen onbekende mogen zijn. Ian is namelijk de schepper van de Schotse inspecteur John Rebus, een no-nonsens figuur die zijn lijf verknalt aan malt whisky en Indisch eten, een kop heeft om hout op te kloppen en zijn rotkarakter uren in de wind laat stinken. Maar … een deductief vermogen bezit waarvoor ze in Scotland beleefd uit de weg gaan.

Maar … Ian Rankin heeft John Rebus gepensioneerd. Ian Rankin wilde de perfecte misdaad schrijven en zocht zijn heil daarvoor in de kunstwereld: de Kunstroof.

Mike Mackenzie is een miljonair op rust. Alan Cruikshank een financiële adviseur van een grote Schotse bank. Robert Gissing, een professor op rust

Dit foute triumviraat zal, op aanstoken van de professor, de slag van hun leven slaan. Even samenvatten. De drie klunzen plegen een kunstroof. Ze roepen de hulp in van een crimineel in moeilijkheden die bovendien wordt verlinkt. De politie is van meet af aan op de hoogte. Het triumviraat leent van de boef wat wapens, een auto en een paar snotneuzen die “boe” moeten roepen. Nog dik dertig hoofdstukken te gaan en je weet al hoe dit afloopt. De laatste twist kan dit niet meer goedmaken. De klasse is intussen weggesijpeld.

Ik mis vooral de techniek van de geleidelijke aanbreng die we zo mochten smaken in de Rebus-romans. Waar John Rebus zijn dagelijkse verrijzenis doet uit de puinhopen van zijn leven, zich naar kantoor sleept waar hij bonje maakt met iedereen die een streep meer heeft en al de rest cynisch afmaakt. Om het hele boek door achter spoken, oude sporen, en zijn Nemesis Big G. Cafferty aan te gaan. Voorbij bladzijde 300 merk je dan plots dat de drie verhaallijnen steeds meer verhaspelen en uiteindelijk samen naar een oplossing denderen. Dat is de tandem Rankin-Rebus, in een notendop: een tikkende tijdbom op een roetsjbaan van intuïtie en verstand.

De Kunstroof is geen grand cru. Geen meesterwerk. Het is een dip in het constante oeuvre van Ian Rankin, die een tijdje de schijn wekte na het pensioen van Rebus dringend aan iets anders toe te zijn. Daarmee schepte hij de verwachting van iets groots, iets dat al jaren zat te broeden. Het blijkt nu gewoon een kladje dat al jaren in zijn map “projecten” stak.