De laatste liefde van mijn moeder.

Dimitri Verhulst is een schrijver met een bloemrijk vocabularium. Moeiteloos weet hij de volkstaal te verrijken met literair decorum, boeiend maakt hij de wereld der nietsnutten. In de laatste liefde van mijn moeder vertelt hij hoe de 11-jarige Jimmy (goeie leeftijd blijkbaar voor boekenpersonages) met zijn moeder en haar nieuwe partner Wannes voor het eerst op reis trekt: per bus naar het Zwarte Woud.

Dit zijn de jaren zestig, misschien begin zeventig, die Verhulst duchtig op de korrel neemt. Het geforceerd gezellige, de sociale harakiri als een nieuw samengesteld gezin zich op last van ex-communicatie in alle bochten moet wringen, de kapsalonlyriek, de viswijvenpraat, het koekoeksyndroom. In die sfeer verpietert het sociale weefsel tussen Jimmy en Wannes zienderogen. Na de reis zal het drama zich dan ook voltrekken: Jimmy wordt als kind op straat gezet. Zijn moeder heeft schoon genoeg van zijn grillen en kiest voor haar partner. Op het eind maakt Jimmy Vos, nu 91, de balans op van zijn leven, als zijn halfbroer die hij nooit heeft gekend, maar in de buik van moeder mee naar het Zwarte Woud trok, nu voor de deur staat. Verhulst houdt ons een spiegel voor, voor wie het schoentje past.