De Meester van de schaduw

De meester van de schaduw begint met een idee van Vincenzo Gonzaga, de hertog van Mantua, die het naburige Spanje als bondgenoot wil opvrijen. Hij stuurt dure geschenken, waaronder een twintigtal schilderijen. In plaats van iemand uit zijn eigen hofhouding te zenden, kiest hij voor een Vlaamse schilder die bij hem in loondienst werkt.

Iemand met allure die de nodige discretie kon bewaren: de toen 25-jarige Pieter Paul Rubens. Rubens werd niet alleen om strategische redenen verkozen, maar ook omdat hij op die jonge leeftijd al een charismatische man was en een ontspannen soort charme hanteerde. Het hielp ook dat hij zes talen sprak.
Doch de keuze veroorzaakte de onvermijdelijke achterklap aan het hof van Mantua. Waarom hij en wij niet? De logistieke steun en voorbereiding van Rubens’ reis werd dan ook zo moeilijk mogelijk gemaakt, waardoor Rubens langer onderweg was over moeilijk terrein. Bij aankomst in Spanje bleken alle ingepakte schilderijen verteerd door regen. Rubens restaureerde ze allemaal en in plaats van de twee stuks die echt niet meer te doen waren schilderde hij zelf twee originelen. Dat viel in zulke goede Spaanse aarde, dat Rubens daar meteen de ene opdracht na de andere kreeg. Toch keerde hij terug naar Italië, en daarna naar Vlaanderen voor het overlijden van zijn moeder.
Stonden de ouders van Rubens midden in de politieke controverse, bekend als de Tachtigjarige oorlog of de Godsdienstoorlogen, dan is Rubens tijdgenoot van Albrecht van Oostenrijk, de opvolger van Alexander Farnese als opzichter over de Zuidelijke Nederlanden. Spoedig voegde zich daar Isabella bij, dochter van Koning Filips. Onder hun bewind was weer volop aandacht voor kunst en cultuur. Toen was Rubens ervaren genoeg om de leiding te nemen van de diplomatieke dienst.
Ondanks zijn jeugdige leeftijd begon de reputatie van Rubens in de hogere kringen van Europa bekend te geraken. Zijn rol verschoof subtiel van diplomaat naar spion voor Isabella.
Heel interessant boek over een bekende persoonlijkheid in een boeiende tijd.