De provocateur

Clive Cussler: een oude knar die goed kan schrijven, met een waslijst aan (verkochte) boeken, een hele schare bewonderaars en pit genoeg om die serie twee keer per jaar aan te vullen. Zelden zo een productief schrijver gezien, Hell, one million fans can’t be wrong. 

Het merendeel van zijn series spelen zich af op en onder water, gewoon omdat hij zich daar zelf goed voelt. Naast het schrijven is Cussler immers ook een professioneel duiker naar scheepswrakken.

Met de serie rond Isaac Bell heeft Cussler een nieuwe richting gekozen. Bell is een jonge detective van het Van Dorn detective-agentschap, die deze job doet uit interesse, want als zoon van een bankier hoeft hij zich normaal niet druk meer te maken. De serie rond Bell (9 boeken) wordt (in de VS) uitgegeven sinds 2007 en verhaalt de interessante periode in Amerika vanaf 1906. De provocateur (The Striker)  is het zesde boek uit de serie, maar speelt zich af in 1902, op een moment dat Bell pas door Van Dorn in dienst werd genomen. The Striker is dus een reboot.  

Het verhaal kent de klassieke stijlkenmerken van Cussler, die we na meer dan zeventig boeken wel door hebben. Een niet aflatende actieve stijl waar de ene actie in de andere over gaat, zonder veel twijfel of dit de lakmoesproef van geloofwaardigheid wel doorstaat. Dat is ongetwijfeld de grootste aantrekkingskracht  voor de avontuurlijke lezer, maar na tachtig bladzijden heen en weer gedraaf zoekt de meerwaardelezer toch naar een rustig moment waar hij de personages beter kan leren kennen. Van Isaac Bell herinner ik me veel briljante ideeën, roekeloze acties, intüitieve ingrepen en een verbluffend bravoure, maar zelden lees je over zijn twijfels, zijn wonden, zijn vergissingen. Isaac Bell is James Bond avant la lettre die voor geen uitdaging terug schrikt. Het hangt dus af van welk soort literatuur je houdt of je deze boeken gewoon goed of subliem vindt.

Is dat verkeerd? Absoluut niet. Clive Cussler schrijft ontspanning voor wie dat lust. Geef hem eens ongelijk met zo’n cijfers op het rapport.  

In De provocateur begint Isaac Bell als jonge snaak bij het agentschap Van Dorn. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar de Van Dorns lijken de meer integere concurrenten van de Pinkerton-detective’s.

Vermits de plot om de haverklap van locatie verhuist en telkens nieuwe personen opduiken is die vrij ingewikkeld om in een alinea uit de doeken te doen. Daarom de grote lijnen.

In het roerige Amerika van toen snoefden de ondernemers onder elkaar hoe laag hun loonkosten wel waren ten opzichte van hun grote winsten. De arbeiders waren al jaren opstandig en organiseerden via de vakbonden stakingen. In 1902 was er effectief de Coal Strike, nadat ook al de jaren ervoor stakingen het land dreigden lam te leggen. Dit was een serieuze doorn in het oog van de industriëlen. Overleg stond niet in hun woordenboek, dus de eerste reactie waarnaar ze grepen was repressie. Federale troepen werden in het getouw gebracht, aangevuld met een anti-vakbondmilitie en de Pinkerton detectives.

Cussler brengt met de provocateur in kwestie een pittig element, dat een andere agenda heeft: Henry Clay. Die wil de andere partijen tegen elkaar opzetten en vindt een bondgenoot in een van de rijkste mannen van het land, rechter James Congdon, die zijn acties financiert. Tenslotte is er nog een love intrest, die Cussler aanbrengt onder vorm van de –uiteraard- bloedmooie Mary Higgins, waarop zowel Bell als Clay verliefd worden.

Nog een argument voor deze leuke lectuur is de waarheidsgetrouwe – zo klinkt het toch – beschrijvingen van alle technische verwezenlijkingen uit die tijd. Cussler heeft zijn huiswerk altijd goed gemaakt en strooit rijkelijk met details, soms teveel. Zo is de stoommachine in het kantoor van Congdon, die hij gebruikt voor zijn eigen verdediging, er eigenlijk licht over.

Kortom, de boeken van Cussler zijn avonturenromans voor grote jongens die met ingehouden adem hun verstand op nul kunnen zetten.