De verovering van het Britse eiland

Ward Van Loock publiceerde diverse boeken over fietstoerisme, waarvan al enkele reisverslagen verschenen in Het Spoor. Hij is vooral bekend voor zijn werk uit 1995: Fietsen langs jaagpaden en oude spoorwegen.

Telkens weer staat daarin de fietsbeleving in de natuur centraal.
Met De verovering van het Britse eiland komt hij terug op een merkwaardig exploot dat hij enkele jaren leverde, maar nu pas te boek stelt. Samen met een per advertentie opgesnorde vriend, Willy, pakte hij het gedurfde project aan om het hele Britse vastenland te doorkruisen, van Zuid naar Noord. Van Penzance in Land’s End tot John O’Groats, een onooglijk dorp in Schotland. Er bestaan enkele versies van die tocht, maar Ward koos die van 2150 km lengte, gebruik makend van Sustrans-trajecten. Daarvoor rekende hij vier weken. Het gemiddelde lag dus op 77 km per dag. Onderweg zouden ze kamperen in het wild.
Hoewel beide partners tijd hadden gestoken in de kennismaking, bleken ze toch over de tocht een verschillende mening op na te houden. Ward is de man die onderweg elke boom en elke struik bekijkt en ook nauwgezet verslag er over doet als het landschap noemenswaardig verandert. Dat komt zeker het boek ten goede. Willy is meer het pijl uit de boog type. Alleen bij belangrijke splitsingen wacht hij, om dan telkens opnieuw in discussie te treden over snelheid, logement of parcours. Elke dag opnieuw is er wel een nieuw conflict, wat de tocht mentaal alleen maar zwaarder maakt.
Want de eigenlijke fietstocht is een ware kruistocht. Hoewel de voorbereiding nauwgezet werd opgevat, komt het duo voor tal van verrassingen te staan. Bepakt en bezakt, tot aan de voorwielen toe, klimmen Ward en Willy ettelijke heuvels, zakken weg in modder, berijden onberijdbare wegen, worden uitgeregend, weggewaaid en wat het grillige Britse weer nog meer in petto heeft. Materiaalbreuk, zowel voor fiets als tent, komt eveneens regelmatig voor. Het daggemiddelde loopt meer dan eens gevaar. Vermoeidheid steekt de kop op.
Maar zie: plots staan ze in John O’ Groats. Onderweg hebben ze kunnen genieten van schitterende vergezichten en mooie dorpjes. Spijtig dat in deze tocht het daggemiddelde heilig was, want tijd om een kasteel of zo te bezoeken was er niet bij.
Ik zou er sowieso nooit aan beginnen, maar Willy had ik al na twintig kilometer neergeschoten …. Zeker weten.