De zaak Louis XVII

Atypische Vlaamse thriller

De Koninklijke Louis met rugnummer 17 is een triest geval in de nochtans riante galerij van de Bourbons, heersers over Frankrijk, Spanje, Parma en de Beide Siciliën. (Dat laatste is geen grapje). Louis XVII had namelijk de brute pech dat de Revolutionaire gedachte tijdens zijn kindertijd door Frankrijk waarde (1792 – 1795).

Die revolutie bezat het aura van een intellectuele oefening, met krachtige symboliek, maar is vooral berucht voor de tabula rasa die zich voltrok onder haar morele paraplu’s (vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid). Een nieuwe rechtstaat werd immers uit de grond gestampt met de guillotine als ideale afschrikking. Oppositie, andersdenkenden, staatsvijanden, maar ook uit de gratie gevallen medestanders werden rijen dik over de kling gejaagd, vaak na een schijnproces, de inquisitie waardig. De ouders van Louis XVII, Louis XVI en Marie-Antoinette, symbolen van de Koninklijke macht, stonden ten dode opgeschreven.
Louis werd daarop de speelbal tussen Royalisten en Republikeinen en heeft het temidden dat politiek geweld niet lang uitgezongen. Althans, zo denkt men, want na de dood van zijn ouders, is de kleine Louis verdwenen. En werd de mythe geboren. Louis zou zijn beschermd, ondergedoken, verrezen, gemummificeerd, en werd ten lange leste tot dezelfde Goddelijke status verheven waar ook mysteries als het Lam Gods, het IJzeren masker of de Bende van NIjvel thuis horen.
Tal van zelfverklaarde troonpretendenten stonden vervolgens op om de troon, maar vooral de verdwenen goudschat van Frankrijk te claimen. Historisch juist blijkt alvast dat iemand het hart van het kind stal, (indien Louis zou gestorven zijn, was dat op 10-jarige leeftijd. Daarover zijn sommige bronnen het eens), waarop niet zo lang geleden een positieve DNA-test werd los gelaten. Sinds 2004 rust het hart min of meer in vrede in de kathedraal van Saint-Denis.
Dat Patrick Bernauw de uitgelezen persoon is om van dit mysterie een boek te maken, was te verwachten. Met Het bloed van het Lam en Nostradamus in Orval heeft hij bewezen niet terug te schrikken voor mysteries. Nostradamus in Orval is trouwens een prequel van dit boek.
Bernauw is wat je een artistieke duizendpoot noemt. Hij was/is actief op uiteenlopende terreinen als hoorspelen, jeugdliteratuur, essays, scenario en veel meer. Met alles waar een verhaal achter zit, doet Bernauw iets mee. Goed blijkbaar, want hij wint nog tal van prijzen ook, op diverse terreinen, wat alleen maar zijn veelzijdigheid onderstreept.
Je mag er dus van uitgaan dat de De zaak Louis XVII nauwkeurig balanceert tussen historische accuraatheid en toelaatbare speculaties. Zover mag je Bernauw wel betrouwen. Maar toch.
Zo ingewikkeld het oorspronkelijke verhaal al is, zo verwarrend is het boek. Bernauw springt voortdurend over en weer tussen wel drie verschillende tijdperken en een zevental vertellers. Het boek mist daardoor hoofdpersonages, een intrige, spanning en uiteindelijk ook …. mysterie. De lezer zoekt voortdurend de verhaallijn, die wordt overschaduwd door een zwerm niet ter zake doende feiten. Puzzelen, zal Bernauw dat noemen, of een intellectuele uitdaging wellicht, vervat in een woordgebruik van niveau. Maar ontspannend lezen kan je dit moeilijk noemen.
Voor dit historisch gewrocht zijn zeker en vast gegadigden te vinden. Wie geniet van historische mysteries, zeker als ze in de huidige tijdrekening worden opgelost, vindt gegarandeerd zijn weg en zijn gading.
Als roman verkoopt dit echter niet goed. De lezer voelt zich de metalen bal tussen de bumpers van een flipperkast. Je verliest notie van tijd en plaats, laat staan dat je je bevoegd voelt een plotwending naar waarde te schatten.
De zaak Louis XVII is geen thriller, geen suspense, geen whodunit. Alleen de spanning van het bewijs voor een of andere historische theorie doet je de bladzijden omdraaien.
Geen spek voor mijn bek. Dat andere bekken zich klaar houden.