Doodsinstinct

De eerste bomaanslag in New York

Je denkt dat New York op 11 september 2001 voor het eerst door een terroristische aanslag werd getroffen? Think again. Op 16 september 1920 ontplofte om 12.01 een bom in Wall Street, New York, tussen het beursgebouw en J.P. Morgan Company, grootste bank van het land. Balans: 38 doden, 143 zwaar gekwetsten en een nationale paniek die als een vloedgolf door het land gleed. De aanslag werd noch opgeëist, noch opgelost. Daardoor konden gezaghebbers, de media en de publieke opinie jaren lang lustig speculeren.

 

De Wall Street Bombing was niet de eerste bomaanslag in de Verenigde Staten, wel de dodelijkste en meest onredelijke. Een politiek motief leek te ontbreken. De overheid nam de gelegenheid te baat deze bomaanslag volop te recupereren en voedde de gangbare overtuiging dat de bolsjewieken het hart van het kapitalisme wilden treffen. Het BOI (voorloper FBI), geleid door commissaris Flynn, stuurde alvast het onderzoek in die richting. De dag na de aanslag ging Wall Street over naar business, as usual.

De historische, maar intussen vergeten, Wall Street Bombing vormt het kloppende hart van de roman Doodsinstinct van Jed Rubenfeld. Alle details kloppen, alle speculaties worden opgesomd. Flynn speelt een figurantenrol, De doodzieke president Woodrow Wilson wordt slechts geciteerd, maar kabinetsleden McAdoo, Houston en Palmer spelen een actieve rol.

Daartussen dropt Rubenfeld zijn fictieve personages: rechercheur Jimmy Littlemore, dokter Stratham Younger, wetenschapster Colette Rousseau en haar jongere broer Luc. Worden ook in het fictieve bad gegooid: Sigmund Freud en Marie Curie.

Terwijl Younger en Littlemore zich bekommeren om slachtofferhulp worden Colette en Luc ontvoerd door een bende nietsnutten. Littlemore en Younger komen in geen tijd achter de schuilplaats en acteren hun persoonlijke versie van de reddende cavalerie. In vele boeken ben je dan aan bladzijde 200, hier zit je maar aan 57. In een wervelend relaas komen vervolgens aan bod: de Eerste Wereldoorlog, Sigmund Freud, Marie Curie, een complot in Washington, een wraaktocht van Colette naar Wenen, diefstal van de nationale goudreserve, en een liefdevol maar onbeantwoord fluïdum tussen Younger en Colette.
Je begrijpt dat Rubenfeld veel te veel hooi op zijn vork neemt. De rol van Marie Curie is behoorlijk vaag, die van Freud heeft wat meer vlees rond het bot, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Freud in het verhaal is gebracht vanwege Freud en niet andersom. Rubenfeld is namelijk een psycholoog/filosoof die doctoreerde op Freud en die bagage absoluut wil meenemen in zijn romans. Vermits Freud al in 1909 zijn historisch aantoonbare, unieke bezoek aan New York bracht, en dat feit de rode draad vormde van Rubenfeld’s eerste roman (The Interpretation of Murder/Moordduiding – 2006), wordt in Doodsinstinct de actie verplaatst naar Freud’s homeplace Wenen.

Het boek wemelt van de halfbakken figuren die de sterke historische context echter niet kapot krijgen. Soms krijg je de indruk dat je informatie verwerkt voor drie boeken, met drie verschillende plots. Rubenfeld doet zijn best opdat zijn fictieve personages het plot zouden dragen, maar net daardoor blijven die niet aan je ribben plakken. Littlemore pakt te pas en te onpas uit met deducties à la Sherlock Holmes. Younger is een patriot eerste klas, even goed met de bajonet als met het scalpel, Colette is een mystieke schoonheid met een missie. Luc niet veel meer dan het motief om Freud bij te betrekken.
Al bij al is er geen “Beschränkung”. Doodsinstinct kan gerust 100 bladzijden missen en zou daar een stuk beter van worden. Het verhaal heeft fond maar wordt overwoekerd door details die door hun aantal eerder bevrijdend dan bekorend werken. In een nawoord van 6 bladzijden doet de auteur er nog eens een schepje bovenop.

Wall Street Bombing: toch een hiaat opgevuld op mijn harde schijf …