Een erfenis van spionnen

John le Carré hoeft nauwelijks introductie. Hij werkte van 1959 tot 1964 voor MI6, dat is de periode voor James Bond het (op het witte doek) overnam. Le Carré (echte naam is David John Cornwell) heeft trouwens de boeken van Ian Fleming gelezen, want Le Carré gaat duidelijk de andere kant uit. Zijn spionnen zijn saai, menselijk en in de war. Zij worstelen voortdurend met goed en kwaad. De boeken van Le Carré houden geen oordeel in, ze zetten de lezer aan het denken over motief en reactie.

Het belang van deze auteur in de spannende literatuur kan niet genoeg worden onderstreept, maar het lezen van zijn boeken vergt wel aandacht, omdat veel zich afspeelt buiten de dialogen. Dat het een systeem is dat werkt, bewijzen boeken als Smiley’s People, Tinker – Tailor – Soldier – Spy, The Litte Drummer Girl, The Russia House, The Tailor of Panama, The Constant Gardiner. Titels als klokken.

Een erfenis van spionnen (A Legacy of Spies) zal echter niet zo luid klinken, vooral omdat de plot versmacht tussen heden en verleden, Engeland en Duitsland. Toch is het Peter Guilliam, rechterhand van good old Smiley, die de dans leidt. Of beter ten dans wordt geleid.

Rustig levend in Frankrijk, als het ware genietend van zijn pensioen, krijgt hij plots een gecodeerde boodschap vanuit London. Hij beseft dat hij er niet onderuit kan en reist zeer tegen zijn zin naar Engeland. Daar wordt hij doormidden gezaagd over een oude zaak, die teruggaat tot in het Berlijn van kort na de Tweede Wereldoorlog. Jonge snaken van MI6 stellen aanhoudend vervelende vragen over wat nu precies gebeurd is met geheim agente Tulip.

Peter houdt zo lang mogelijk de boot af, zich beroepend op een niet meer zo feilloos geheugen, maar zijn bezwaren worden een na een van tafel geveegd met sterke argumenten. Hij wordt gedwongen zich als het ware leeg te denken en alles over deze zaak te reproduceren. Tussen de verslagen en ondervragingen door, denkt hij retrospectief aan wat in realiteit is voorgevallen, en wat hij zolang mogelijk uit zijn verslag tracht te houden. Daardoor krijgt de lezer twee versies van dezelfde feiten.

Een erfenis van Spionnen is, zoals gewoonlijk bij Le Carré,  een traag verhaal. Actie moet je hier niet zoeken. De psychologie van spionage, verweven met de levens van mensen, in dit geval zestig jaar na datum, is de hoofdbrok van dit verhaal, dat uiteraard door deze literaire grootheid, op een boeiende manier wordt verteld.