Explosiegevaar

Nick Stone is het alter ego van Andy McNab, waarbij je je kunt afvragen wie nu de grootste held is. Je leest overal dat McNab een pseudoniem is voor een voormalige soldaat van de Special Air Service, die onbekend wenst te blijven omdat hij nog op de Kerstlijst staat van tal van terroristen. Toen hij in 1993 begon als schrijver, moest hij het Ministerie van Defensie over de schouder laten meelezen. Originele uitvlucht om een gratis boek te krijgen. James Bond op pensioen dus, en schrijven maar. Nu al 40 boeken, fictie en non-fictie, waarvan de belangrijkste serie, die van Nick Stone, 17 eenheden telt. De laatste, Detonator (Explosiegevaar 2015), ligt nu onder de leeslamp. McNab staat bekend als een groot expert in stille oorlogsvoering, maar staat onder druk over de zogenaamde waarachtigheid van zijn militaire verhalen. 

Maar dat laat Nick Stone alvast koud. Stone doet waar hij goed in is, is daar waar McNab hem nodig heeft. In dit boek begint zijn avontuur met een totale black-out. Hij is op sterven na dood, hangt half bewusteloos in een autowrak, vlak boven een afgrond, en weet bij God niet hoe hij daar terecht is gekomen.  Zonder te beseffen wat hem overkomt, nemen zijn instincten zijn lichaam over, zodat hij ontsnapt aan de dood. Vanuit het struikgewas kan hij een blik werpen op zijn moordenaars.

Na zijn reflexen komt stilaan ook zijn geheugen terug, hoewel zijn kortetermijngeheugen rare sprongen maakt. Hij vindt het lijk van zijn opdrachtgever, Frank, en redt diens zoontje van de dood. Dat heeft als consequentie dat hij met het mannetje is opgescheept. Zijn lichaam is gehavend, hij herinnert zich met flarden wat zijn doel is en tegelijk moet hij uit het zicht blijven. Door een voor een zijn moordenaars te achterhalen, begint hij door te krijgen dat het allemaal te maken heeft met een schip voor de Italiaanse kust. Hindernis na hindernis komt hij dichter bij zijn doel.

McNab mikt duidelijk op empathie voor zijn held Stone, een krachtpatser met een geheugenprobleem, waar hebben we dat nog gelezen? Tot zijn verwondering reageert zijn lichaam voor hij kan nadenken, waardoor hij aan tal van hete standjes ontsnapt.

Intussen begint hij sympathie te koesteren voor het joch, dat er wonderwel in slaagt zo min mogelijk tot last te dienen. De 7-jarige knul is slim genoeg om enkele overlevingstechnieken op te pikken.

Vreemd genoeg laat McNab deze veilige en herkenbare baken in de steek. Midden in het boek doet Nick Stone alleen verder, waardoor een belangrijke spanningsboog begeeft. Tot dan zit de lezer vooraan in de cockpit van de actie. Maar in het tweede deel, wanneer de ontknoping er moet aan komen, duiken er altijd maar nieuwe boeven op, die Stone dan weer onschadelijk moet maken. Zo wordt dit verhaal een aaneenschakeling van man-to-mangevechten. De meerwaarde van dit soort boeken ligt in de inside informatie die je krijgt over het denken en handelen van een geheim agent op het veld. Daar is niets mis mee, McNab kent zijn zaak. Hij weet alles over wapens, schepen, tactiek en overlevingstechnieken. Maar teveel is teveel. Eens de sentimentele factor weg valt is het vechten, vechten, vechten. Iets wat voor een militair wel dicht tegen de waarheid zal liggen, maar voor de lezer een eenzijdige manier van lezen betekent.