Franse zonden

Moorddadige groeten uit Sainte-Estelle

In het vorige boek van Paul Jacobs (Dood van een egoïst) verloor Thomas Breens zowel zijn vader als zijn lief, Ellen Rademakers. In zijn nieuwste boek, Franse zonden, is de francofiele adoratie gelukkig gebleven, alsook de fijnbesnaarde wijsheidskorrels die Jacobs her en der rondstrooit.

Zowel Breens als Jacobs zijn pientere en onverschrokken mensen. Ze teren beiden op dezelfde voedingsbron, namelijk de radio. Paul was een typische scharrelaar achter de schermen, van zijn alter-ego Thomas heeft hij alvast een Sturm-en-Dranger gemaakt, iemand die niet kan rusten voor alle onrecht uit de wereld is. Op de zeldzame momenten dat Thomas twijfelt of hij zijn aangeboren brutaliteit in het spel zou gooien, kan je altijd rekenen op zijn nieuwe vriendin. De ietwat voortvarende Kristien holt haar neus voor avontuur achterna. Meer dan Thomas, die zijn nieuwe groene blaadje goedkeurend volgt.
De nicht van Thomas vraagt uit te zoeken of de zelfmoord van haar man, politicus Pieter Defou wel degelijk zelfmoord was. Pieter had alles om het politiek te maken, tot hij voor een Thalys sprong. Breens onderzoekt zowel de plek van het ongeluk als de mensen rond Defou. De man was een gedegen politicus, klaar voor een ministerpost, dat was slechts een kwestie van tijd.
Bij de rouwpost ligt een prentkaart uit Sainte-Estelle, een dorp uit de Franse Armagnacstreek, met een vreemde boodschap. De dag erna gebeurt opnieuw iets vreemds. Een bekende zanger pleegt zelfmoord. Gossip-blad Story drukt een huilinterview af met zijn achtergebleven vriendin. Op een van de foto’s merkt Thomas krek dezelfde prentkaart. Een telefoon bevestigt het vermoeden: er bestaat wel degelijk een link.
Uiteraard vindt de politie dat niet de moeite. Voor elk ruimdenkend mens eindigt het hier, wie baseert er nu een onderzoek op twee prentkaarten?
De lichtjes frenetieke Kristien bijvoorbeeld, die Thomas meezuigt in haar jeugdige zog, hop, de auto in naar Frankrijk. Al moet gezegd dat Thomas al te graag monkelend achter zijn mooie, jonge vriendin drentelt.
In Sainte-Estelle geraakt het drama in een stroomversnelling. In het dorpscafé zijn Thomas en Kristien getuige van een dorpsvete. De plaatselijke clerus houdt een vette vinger in de plaatselijke pap. En er blijkt een oorzakelijk verband met het vakantiekamp van Vlaamse jongeren, waar Pieter Defou eertijds kampleider was en de verkrachtingszaak van een jong meisje. Misschien was Pieter wel de dader, en is dit een verlate wraakactie?
Zo, tot daar het verhaal. Het koppel moet dan nog heel wat meanders door, maar dat laat ik voor het genot van de lezer.
Toegegeven, de aanzet tot het verhaal is wat lichtvoetig. Twee hoofdfiguren die niet meer dan een “wat als” nodig hebben om de auto in te springen naar Armagnac, daarbij een jarenlang complot zullen ontrafelen – het flirt met geloofwaardigheid. Een beetje meer onontkoombare dwang had wel gemogen. Maar ach, waar zouden we ons druk om maken? Waarom zoeken we geen plekje in de auto van Thomas om de zonden in Frankrijk te onderzoeken? Plezier gegarandeerd. Weinig Vlaamse auteurs kunnen immers de lichtvoetige, humorvolle tred van Jacobs evenaren. Het pleit voor Jacobs dat hij verkiest zijn verbale kracht niet uitbundig te etaleren maar gebruikt voor een doorwrochte plot, die berust op integer denkwerk. Hij bezit het vermogen een intellectuele puzzel te construeren, die zowel voor Breens als voor de lezer een hersenkraker is. Daar moet je bewondering voor hebben. Dat hij hier en daar dan zijn persoonlijke mening smokkelt (de Kerk en haar katholieken) of met gedetailleerde filmkennis pronkt (de “ploink” van de draaideur van Mr. Hulot, de sfeerfilms van Claude Sautet), moet je hem gunnen. Vrijwel zeker heeft Paul Jacobs thuis een boekenkast vol met biografieën, waarmee hij dagelijks zijn dorst naar kennis stilt. Het is zijn speels vernuft zijn culturele bagage, zijn manier van dialogeren. Het zorgt voor functionele lucht, zoals gaten in de kaas. Franse zonden is prettige literatuur. Bon voyage.