Geen greintje compassie

James Bond is tussen twee opdrachten door blijven hangen in Nassau op de Bahamas. Een deel van die eilanden behoort immers Engeland toe en de supervisie wordt toevertrouwd aan een gouverneur. Zo’n gouverneur heeft de hele dag dus geen bal te doen. Leeft van het ochtendaperitief tot de avondlunch. Op die eilanden wordt geen voetbal gespeeld, niet gegokt en de vrouwen dragen er kleren. De gouverneur vlucht dus in gastronomische excessen en filosofische beschouwingen. Ideaal om standing te suggereren bij het volk dat bij jou over de vloer komt. Want alleen eten is toch maar alleen, je kunt bezwaarlijk je eigen personeel aan tafel uitnodigen.

Die dag, ergens in 1959, wist James Bond even met zijn tijd geen raad. (om dezelfde redenen: zwempak vergeten, casino gesloten en vrouwen dragen klederen). Bond is officieel kaderlid van Universal Export en wordt in die hoedanigheid ontboden.

Bond kan er niet onderuit. Een smoking behoort tot zijn overlevingspakket en bloemen hoeft een gouverneur niet. Hij dus met een fles Bacardi op visite. Tot zijn verbazing is de gouverneur al aan de praat met een ander koppel, ook uitgenodigd zo te zien. Zij hadden wél bloemen bij.
“Dit zijn de heer en mevrouw Harvey-Miller,” stelt de gouverneur hen voor. “John is een Canadese zakenman.” Waarop ze alle drie naar Bond kijken en op de achtergrond de bekende tune begint te spelen. “Bond, James Bond”
Het eten is zoals gewoonlijk copieus, maar niet spectaculair. De sociale babbel is ronduit vervelend en Bond snakt naar zijn bed. Na het eten verontschuldigt het koppel zich. Hun vliegtuig vertrekt morgen vroeg en ze zijn toe aan een nabespreking in hun slaapkamer.
Bond heeft niet de moed er zelf tussenuit te muizen, zeker niet wanneer de gouverneur, heer en kenner van het goede leven, met Cubaanse sigaren en Franse cognac afkomt. Bond kan nooit weerstaan aan de liederlijkheid van het leven, als hij een spitsbroeder herkent.

Waarover spreken twee vrijgezelle, niet homofiele mannen, als er drank en sigaren bij te pas komt? Juist: vrouwen. Bond is wat loslippig over Japanse vrouwen én zwarte vrouwen, ook toen al belangrijke bookmarks in het pornografische denken van Ian Fleming. Hij wordt echter overmoedig als hij de vraag beantwoordt of hij getrouwd is. Een air-hostess dat zou nog wel eens wat zijn, mijmert hij. Die zijn mooi, hebben een wereldse kijk op de dingen en zijn vaak genoeg uit huis om ernaar te verlangen als ze weg zijn.

Was die gouverneur een Antwerpenaar geweest, Bond zou er van af gekomen zijn met een drietal schuine moppen. Maar onze man is op en top Brits, en begint dus met een tergende uitgebreidheid aan een anekdote te melken.

Er was eens, zo begint de gouverneur, terwijl hij met zijn sigaar cirkeltjes maakt in de lucht, kwestie van zijn woorden kracht bij te zetten. Bond zakt achteruit op zijn stoel, maakt zijn das wat losser en onderdrukt de neiging zijn voeten op tafel te leggen. Bond voelt zich overal thuis.
Er was dus eens een air-hostess, genaamd Rhoda Llewelynn. Vaak genoeg uit huis om ernaar te verlangen. Wat een van zijn vroegere medewerkers op kantoor, Philip Masters, wel eens deed. Masters leerde Rhoda kennen op het vliegtuig, op weg naar zijn eerste vakantie. Toen zij hoorde dat hij een diplomatisch leventje op de Bahamas leidde, maakte ze zichzelf per direct aanbiddelijk, zodat Masters haar ten huwelijk vroeg. Het koppel vestigde zich op het eiland. De relatie was eerst rozengeur en manenschijn, maar spoedig kwam de klad erin. Rhoda verweet Philip een gebrek aan professionele ambitie. Intussen maakte ze zich geliefd bij de High society van het eiland, en het duurde niet lang voor ze in het vizier kwam van één bepaald lid van die Society. Het hele eiland wist ervan. Masters stond dicht bij een zenuwinzinking.
In een poging de man te ontzien, stuurde de gouverneur hem met opdracht naar de Verenigde Staten. Tijd genoeg om onder vier ogen met Rhoda te praten en haar het zinloze van de situatie te doen inzien. Het hielp dat Rhoda intussen de bons had gekregen van haar gigolo.
Doch toen Masters uit de VS terug kwam, was hij helemaal veranderd. Zijn aangeboren beminnelijkheid was verdwenen voor een ijskoude wreedheid. Hij verdeelde het huis in twee helften, zodat zijn vrouw en hij elkaar niet meer moesten zien dan nodig. Voor de buitenwereld hielden ze de schijn op als koppel. Het jaar nadien keerde hij terug naar Engeland, van waaruit hij de scheiding regelde. Zijn vrouw bleef achter, helemaal berooid.

Op dit punt prutst de gouverneur wat aan zijn sigaar, steekt er eventueel opnieuw de brand in. Want nu komt de clou, de reden dat hij dit verhaal vertelde. Bond zit intussen al aan de whisky.
Het duurde zijn tijd totdat zijn vrouw Rhoda een job kon bezorgen als receptioniste op de Bermuda’s. Daar leerde ze een Canadees kennen. Ze zijn nu samen, en gelukkig. Althans, zo zei de gouverneur, dat leek toch zo, daarstraks aan tafel, nietwaar?
De gouverneur grijpt het verhaal aan om volgende wijsheid te debiteren:
“In elke verhouding tussen man en vrouw verdraagt men alles zolang er maar een soort bodem is van humaniteit tussen de twee mensen. Het gaat mis zodra alle hartelijkheid is verdwenen, waaneer blijkt dat één van hen kennelijk niet meer om de ander geeft, of die nu in leven is of niet.”

Die bodem van humaniteit noemt de gouverneur “a quantum of solace”. Vrij vertaald: “een hoeveelheid mededogen”. In ’t Vlaams: “een greintje compassie”.

Na de moraal van de gouverneur, nu de mijne.

Ik had het er al over in mijn column 007, maar Ian Fleming werd tegen wil en dank schrijver. Het begon als therapie en voor hij het wist werd Bond een successerie die een eigen leven ging leiden. Fleming werd zijn James Bond kotsbeu en wilde schrijver worden. (Of nee, dat klinkt niet. Hij wilde s-c-h-r-i-j-v-e-r !!! worden. Zo, dat staat beter.)
Hij was al een goede journalist en had bewezen dat hij bestsellers kon schrijven. Toch zat hij nog een categorie onder de groten der aarde, die hij zo bewonderde: Dashiel Hammett, Raymond Chandler en Somerset Maugham. Van die laatste twee was hij een persoonlijke vriend. Vooral Chandler moedigde hem aan. En dus kreeg Fleming gaandeweg literaire pretentie. Eerst probeerde hij James Bond te vermoorden. Daarom verscheen in You Only Live Twice een “In Memoriam”. Waarop hij in het volgende boek (The Man with the Golden Gun) een plotwending van jewelste moest bedenken. (De Fameuze Douchescène uit Dallas had er niet aan.)
Lang daarvoor al experimenteerde Fleming met stilistische hoogstandjes. In The Spy who Loved me, verschijnt Bond pas op pagina 119, waarbij het eerste deel wordt verteld door de vrouwelijke hoofdpersoon, Vivienne Michel.
Ook in 1960 gooide Fleming het over een andere boeg. Na 7 romans bracht zijn uitgeverij een bundel uit (For your Eyes only) met 5 kortverhalen: For your Eyes only, From a View to a Kill, Risico, The Hildebrand Rarity en Quantum of Solace. De eerste vier waren korte opzetjes voor een Tv-project bij CBS, dat uiteindelijk niet doorging. Quantum of Solace was een ernstige poging om een kortverhaal te brengen à la Somerset Maugham. (of à la Roald Dahl, kies maar). Een verhaal waarbij de enige actie het bijna hoorbare hersengeknars van de protagonisten is.

Wat hebben we dus vandaag geleerd?
Eén: A Quantum of Solace is een term die het heel goed doet in de wereld van Somerset Maugham, maar wringt in die van 007.

Twéé: het is een vergissing de film, niet eens gebaseerd op het kortverhaal waarnaar het verwijst, te beladen met zo’n filosofische titel. In het boek wordt absoluut niet als gek rond het Gardameer gekoerst.

Drié: de perspraatjes van de productie waren praat voor de vaak. Bond zou een “hoeveelheid mededogen” voelen na de dood van Vesper Lynd. Bovendien wordt de organisatie van de boeven (“We are everywhere” – Mr. White) ook nog Quantum genoemd. En tot slot probeerde Daniel Craig in tal van interviews een goede leerling te zijn, wanneer naar titel werd doorgevraagd. Daarmee zou de klus wel geklaard zijn.
Niet dus. Duizenden websites, weblogs, recensies beweren het tegendeel En nu ook deze column.

Alsof het een referentie zou zijn …

(In een column hierna wil ik eens overlopen welke motivaties aan de basis lagen voor sommige andere Bondtitels.)

From Raymond, with Love