Gevaarlijk volk

Misdaad Uit de tijd van Leopold II

Piet Teigeler is een man van het leven. Dik in de zeventig, slurpend aan zijn pensioen onder de Spaanse zon. Zijn beroepsleven timmerde hij uit in de journalistiek, altijd een correcte broeihaard geweest voor schrijvend vernuft. Hij zwaaide af als hoofdredacteur van Panorama, hoewel hij dat zelf niet eens als een prestatie wil zien. Ruilde zijn journalistieke pen geleidelijk in voor een schrijversbestaan en perste er zo gezapig een thriller of tien uit, waarin het politieduo Carpentier en Dewit de dienst uitmaakt. Ik herinner me ooit Drie dode Meesters te hebben gelezen, maar op die herinnering ligt te veel stof om er nog iets mee te doen.

In Spanje bood het leven voor Teigeler zoveel mooie kantjes dat zijn biotoop Antwerpen stilaan naar de achtergrond werd verdrongen. Die transformatie nam zes jaar in beslag. Tussen dit boek en het vorige (Dood, 2007; acht boeken hebben “dood” in de titel) nam Teigeler een Spaanse zee van tijd om zich te beraden over nieuwe personages, plots en tijdsbestek. Hij ruilde zelfs zijn stad in als decor.
Met Gevaarlijk volk heeft Piet Teigeler zich volledig herbrond. Het kan natuurlijk ook dat mevrouw Teigeler poepnerveus werd van het dagelijkse gepriegel van haar man en hem opnieuw, geweldloos maar autoritair, richting schrijverstafel duwde.
Heeft het iets opgeleverd? Daar kom ik zo dadelijk op terug. In ieder geval bestaat nu een nieuwe speurder met de onoriginele naam Henri Peeters. Peeters leeft in de jaren kort na de eeuwwisseling, die van de negentiende met de twintigste eeuw wel te verstaan. Dat legt meteen een tijdsjuk op de sfeer van de roman. Het zijn de jaren van Koning Leopold II, Priester Daens en de meedogenloze misbruiken van de industriële revolutie. Indien het verhaal zich in Engeland zou afspelen, kon je gewagen van een Victoriaanse roman, waarbij Sherlock Holmes en Watson nooit ver weg lijken. De vergelijking besluipt je overigens stelselmatig bij lectuur. De relatie tussen Henri, die overvloedig zijn deducerende hersencelletjes gebruikt, en zijn vriendin Georgina die waakt over het wetenschappelijke en chemische departement, toont vele overeenkomsten. Honderdtwintig jaar geleden telde Brussel overigens ook vele duistere hoekjes.
Toch zou het al te gemakkelijk zijn dit boek in dit Victoriaanse vakje te wurmen. De grote verdienste van Gevaarlijk volk, ik zeg het meteen, is precies de nauwgezette weergave van een vergeten tijdperk, wanneer politieonderzoek nog in haar kinderschoenen stond.
Vooraan in het boek wordt Henri door zijn broer Edouard geconvoceerd bij de dood van vader. Wanneer hij even alleen is met het lijk, merkt Henri met zijn speurdersoog een pillendoosje op en een hoekje van een tarotkaart als bladwijzer in een boek. Twee details die later nog van pas komen. Thuis, en dat is dus verrassend genoeg Brussel, zit hij met twee vervelende zaken: twee oudere homo’s gepakt voor openbare zedenschennis, en de moord op een jonge vrouw in het Warandepark. Een van de homo’s blijkt de vroegere leermeester van Henri. Het meisje in het park draagt dezelfde naam als zijn overleden zuster. Samen met zijn vriend, de privédetective Martial Lemaire, tevens echtgenoot van Georgina, leidt Peeters het onderzoek. Zijn zoektocht leidt hem langs de gebruikelijke achterkantjes van de toenmalige maatschappij: prostitutiehuizen, slachthuizen, vrijmetselarij. Kortom, hij onderzoekt en deduceert zoals de collega’s van de twintigste eeuw hem dat zouden nadoen. Alleen verplaatst Henri zich per postkoets en moet hij niet dromen van aftappen van telefoons of verzamelen van DNA. Alleen de registratie van vingerafdrukken was in 1904 nog een relatief nieuw concept.
Gevaarlijk volk heeft een verzorgde plot maar is een thriller die je moet beoordelen op sfeer en detail, Drie verhaallijnen lopen vlekkeloos in elkaar. Hier en daar voel je de onwennigheid van Teigeler tegenover een tijdperk dat hij zelf nog niet totaal in de vingers heeft, en wringt er wel wat. Het betrappen van de twee homo’s in een openbaar toilet doet wat gemaakt aan, zeker als je weet dat “iemand” Peeters op de werkrol heeft gezet om de intrige in gang te zetten. Het bloed op een slagersshort dat achter iemand zijn rug in de wasmand wordt gelegd: het doet soms wat kinderlijk simpel aan.
Het kader en de sfeer redden de thriller. De figuur van Henri Peeters heeft ongetwijfeld toekomst. Hij is jong en zal zijn tijd wel meegaan. Hij heeft brains en het is een verademing eens iemand bezig te zien die niet voortdurend loopt te zaniken over tests en proeven die het onderzoek ophouden. Als ik Teigeler was zou ik nog meer inzetten op de verborgen geheimen van dat tijdperk. Geef ons nog wat meer smeuïge conflicten uit dat Leopoldiaanse tijdperk, meer pittige en onverwachte details uit het dagelijkse leven van 1904. En dat moet geen zes jaar meer duren. Komaan Piet, schenk je nog een sangria in en doop je pen in vitriool.