Headhunters

Jo Nesbø is de meest succesvolle Noorse thrillerauteur en dat wil wat zeggen van een land dat thrillerauteurs spuit zoals vroeger Vikingen onze Europese kusten overspoelden. Nesbø’s vorige boek was de De Sneeuwman, een donkere maar knap geschreven thriller die opzien baarde.

Met Headhunters komt hij met iets totaal nieuw. Geen politieverhaal dit keer, maar a day out of the life of Roger Brown, headhunter van beroep, en dus iemand die van arrogantie zijn roeping heeft gemaakt. Nesbø bouwt het verhaal prima op door te stellen dat Brown zich met recht en reden de koning op de berg mag noemen. Iedere kandidaat die hij voorstelt krijgt gewoon de job. Hij legt uit hoe hij deze mensen selecteert, o.a. op lichaamslengte. Hijzelf meet slechts 1 meter 65 en dat doet al heel zijn leven pijn. Ter compensatie schenkt hij zichzelf en zijn vriendin een luxeleventje dat ze zich eigenlijk niet kunnen permitteren. Daarom klust Roger Brown wat bij als kunstdief. Daarvoor heeft hij een contact met iemand van een beveiligingsfirma.
Op een dag krijgt hij Clas Greve voor de voeten. Al snel blijkt dat deze Greve de trucs beter kent dan hijzelf en zich zodanig tot beste kandidaat promoveert voor Pathfinder, een firma in GPS-toepassingen. Nog beter: Greve bezit thuis een echte Rubens.
Browne kan niet weerstaan aan de lokroep en breekt in. Hij haalt de Rubens uit zijn kader, vervangt die door een kopie en belt naar zijn vrouw dat hij er aan komt. Alleen rinkelt haar telefoon …. in de slaapkamer van Greve. Van dan af verandert het leven van Browne totaal.