Het keizerrijk van de dageraad

Boeken die beginnen met een paginalange voorstelling van alle personages beloven vaak niet veel goeds. Het is een rechtstreekse aanwijzing voor een ingewikkelde plot, waarin iedereen vecht voor zijn plaatsje onder de zon. Personages die weliswaar kort worden geschetst met naam en voornaam, maar verder nauwelijks vlees rond de botten krijgen. Meestal kan je nog een nationaliteit of een graad afleiden, maar voor meer diepgang is geen tijd. Want straks wordt het hollen om alle details te verwerken. 

Aan dat euvel lijkt Het Keizerrijk van de Dageraad eerst te lijden. Maar laten we het mes van de guillotine nog even rusten. De auteur, Rick Campbell werd systeemingenieur bij de Navy en spoedde zich door een carrière op de modernste nucleaire onderzeeërs. Aan het eind zat hij in het Pentagon, als beslissend officier voor de uitrustingen van de vloot. Veel van zijn collega’s nemen hun geheimen in het graf. Hij schreef er boeken over. Vier tot dusver, waarvan Het keizerrijk van de Dageraad het tweede is.

Christine O’Connor is de enige, echte hoofdpersoon in dit verhaal en een geluk dat zij er is. Een dappere, principiële vrouw, tevens veiligheidsadviseur van de President van de Verenigde Staten. Als gevolg van een afrekening in China, ogenschijnlijk binnen het Politbureau, bespreekt de veiligheidsstaf van de president het verdrag tussen beide landen dat nu in gevaar komt.

“De voorwaarden zijn niet eerlijk,” beweert Christine. “Het verdrag zal de Chinese economie wurgen.”

“Ze hebben hun kans gehad!” repliceert iemand.

“Ze zullen naar hulpbronnen zoeken, desnoods met geweld.” Antwoordt Christine vinnig.

“Wij zijn sterker.”

En dus tekent het zogezegde Amerikaanse Politbureau haar eigen doodvonnis.

Want in China hebben ze een digitale oplossing gevonden om het militaire kwaliteitsverschil tussen Amerikaanse en Chinese oorlogstuigen te neutraliseren, ja zelfs om te buigen tot een voordeel.

Dat wordt in de volgende 400 pagina’s uitvoerig bewezen. Amerikaanse duikboten, torpedo’s, vliegdekschepen, jachtvliegtuigen beschieten elkaar dat het een lieve lust is, of vallen als gewonde vliegen uit de lucht. China haalt stilaan de overhand en staat op het punt de Amerikaanse Pacifistische Vloot van de kaart te vegen. Menig Amerikaans duikbootkapitein krijgt tot zijn stomme verbazing een torpedo tussen de oren.

Als tegenbeweging haalt auteur Campbell er een Seals-groep bij, waar Christine O’Connor zich met een slinks argument kan bijvoegen. Haar handafdruk zit immers in het Chinese veiligheidssysteem en tegen dat argument kan zelfs de meest gehaaide Marinier niet op. De groep trekt op doodsmissie naar het Paleis van het Volk in Bejing. Van hun succes hangt het welslagen van een hele oorlog af.

Ondertussen volgen we – live van alle boten of vliegtuigen – de militaire procedures. We maken kennis met inventieve, stupide, of ronduit arrogante beslissingen van diverse commandanten. Dat alles in de juiste militaire codetaal, die geen ruimte laat voor misvattingen. Honderden zinnen zoals: “Stop vuren, contact één, reactief vuur, peiling nul-negen-nul,  buis één!” mogen dan wel waarheidsgetrouw zijn (volgens het nawoord heeft de auteur dit nog sterk afgezwakt), ze vormen wel een belemmering voor het inlevingsvermogen, tenzij de lezer zelf ooit in zo’n oorlogssituatie stond en het kan navertellen.

De truc is om er over te lezen. Er op te betrouwen dat die manoevers logische gevolgen zijn van militaire oorzaken, op hun beurt gebaseerd op actie en reactie. Het moet gezegd dat Rick Campbell binnen dit oorlogsdrama wat menselijke gevoelens kan smokkelen die de lezer zullen behagen, want meestal zitten ze aan het einde van een hoofdstuk, als afsluiter van een oorlogsdaad die al dan niet vele mensenlevens kost. Hij slaagt er meestal in om binnen dat oorlogstuig mensen van vlees en bloed te plaatsen, waarvoor je al dan niet respect zult krijgen.

Het heeft daarom geen zin de verscheidene bemanningen van alle boten van buiten te leren, ze vallen immers toch bij bosjes. Aanvaard domweg de hiërarchie en concentreer je op de Seals in Bejing en de militaire hoofdkwartieren langs beide kanten. Daarmee kom je al een heel eind.

Op die manier wordt het boek redelijk spannend. Op voorwaarde dat je regelmatig blijft lezen. Wat helpt is het methodische plan dat wordt voorgesteld als een schaakwedstrijd. De verscheidene onderdelen van zo’n wedstrijd (openingszet, gambiet, rokkade, …) staan model voor de militaire bewegingen en hoofdstukken. Dat geeft een perspectief aan het verhaal. Typisch een boek voor technisch geboeide lezers, maar minder onderlegde lezers kunnen er eveneens plezier aan beleven.