Het spookschip

1909: Het stoomschip Waratah verdwijnt zonder een spoor na te laten voor de kust van Zuid-Afrika. Als lezer weet je dat de crimineel Gavin Brèvard daar een handje in heeft, door de kapitein te verplichten de Zuid-Afrikaanse autoriteiten te ontwijken. Het schip verdwijnt voorgoed en honderd jaar later werd er steeds geen spoor van teruggevonden.

In 2014 wordt Kurt Austin wakker uit een droom, die altijd weerkomt. In een vorig avontuur heeft hij de verdrinking van zijn ex, Sienna, moeten aanvaarden, terwijl hij haar en haar kinderen niet kon redden. Ondertussen is Sienna spoorloos, maar wordt ze niettemin gesignaleerd in het Verre Oosten.

De persoon die daar meer moet van weten, is Brian Westgate, de weduwnaar van Sienna. Westgate is multimiljonair, op weg naar Amerikaans presidentschap, maar uiteraard geen vriend van Kurt. Kurt vindt dat de manier waarop Westgate uit het drama werd gered, niet strookt met de waarheid. Hij gaat hem daarvoor storen bij een belangrijke vergadering, wat in een rel uitdraait. De vicepresident van de US geeft aan Pitt, de baas van NUMA, te verstaan dat Kurt even uit de weg moet, en ze hem best de zoektocht naar Sienna laten aanvangen. Die zoektocht begint in Dubai, maar leidt naar Noord-Korea.

Ik kan me voorstellen dat Clive Cussler zijn slaap niet meer laat voor een nieuw boek. Hij is 86, vief, rijk en geliefd. Cussler schrijft. Wat kan hem nog overkomen?

Zodra hij er zin in heeft, hoeft hij maar de beproefde bouwstenen voor zo’n nieuw boek uit de kast te halen (Dirk Pitt of Kurt Austin, NUMA, werelddominantie, Amerika-all-the-way en alle wereldzeeën die de Aarde rijk is). Hij voegt er een portie maritieme krachtpatserij aan toe, liefst met zo hoog mogelijk vuurkracht, en verrijkt het geheel met adjectieven en komma’s. Zo ongeveer schrijft de heer Cussler zijn boeken, van 9 tot 11 en misschien van 14 tot 16, indien slecht weer zijn dagelijks ommetje op de golfcourt zou dwarsbomen. Tegenwoordig heeft hij zelfs een afdeling hulpschrijvers onder zijn leiding. Cussler is zowat de Rubens van de thrillerwereld: hij geeft overal de aanzet, de stijl is op voorhand doorgenomen, over de details mogen ze hem bellen, en aan het eind komt zijn naam in het groot op het voorkaft.

Cussler verkocht meer dan 150 miljoen boeken. So, fuck the concept. Cusslers enige zorg lijkt dat de spanning geen seconde mag verslappen. Dus verzint hij een schier eindeloos snoer van wendingen, nipte ontsnappingen, duels en achtervolgingen. In dit soort boeken hebben de personages geen tijd om te eten, laat staan te dénken aan menselijke behoeften. Dit zijn de Fast and the Furious, maritieme versie. Vele lezers zijn er dol op, daar ben ik zeker van.

Niemand in dit verhaal daalt onder de twintig kilometer per uur. De slechteriken zijn door en door slecht. Helden treden in actie met stoere borst en wuivende lokken, met op de achtergrond vaag de triomfmars van Star Wars. Alles is zo verheerlijkend en vanzelfsprekend Amerikaans. Kurt Austin krijgt meer dan eens een knal op zijn kop, waar trouwens een chip in steekt die hem op de cruciale momenten doet flauwvallen. Dat belet hem niet over de hele wereld in actie te komen, tot aan gemilitariseerde Koreaanse zone toe, waarvoor hij gewoon de metro pakt. Dat kan zelfs Donald Trump niet bedenken.

Kurt overleeft moeiteloos dankzij de juiste mentale instelling waarbij eventuele beslommeringen afketsen op zijn denkbeeldig gladiatorenharnas. Geen tijd voor getormenteerde gedachten. No bloody romance. Humor? Hooguit langs de neus weg tussen twee salvo’s door. Geen tijd voor, want de volgende klopjacht wordt al beschreven.

Uiteraard is Cussler een vakman die alles kent of controleert. Bestaan, achtergrond en werking van alle apparatuur en organisaties zijn correct beschreven, voor zover je dat als lezer kan beoordelen. Je moet al nautisch ingenieur zijn om te weten of een bepaald draadje niet goed aangesloten is.

Het spookschip: krachtige motor, wendbaar maar weinig diepgang.