Het stroeve touw

Flavia de Luce, onthoud die naam. In De smaak van venijn leerden we deze 11-jarige bolleboos kennen, met gifmengen en voor detective spelen als hobby’s. Het stroeve touw is haar tweede avontuur in het fictieve kleine dorpje Bishop’s Lacey, ergens in het Engeland van 1950.

Flavia woont met haar vader en twee zussen op Buckshaw Castle. Vader heeft het moeilijk de financiële touwtjes in handen te houden na de dood van zijn overleden vrouw en stort zich fanatiek op zijn postzegelverzameling. Daphne en Ophelia, door Flavia in de wandeling Daf en Felly genoemd, zijn de zussen/pestkoppen die zieke spelletjes spelen met hun jongste zusje. Flavia is hen mentaal echter de baas, en reageert zich (letterlijk) af in haar laboratorium, dat haar voorvader in het kasteel heeft nagelaten.

De intrige van dit boek begint wanneer Rufus en Niala precies in Buckshaw in panne vallen. Rupert is een bekende poppenkastspeler, met een populair programma op de BBC. De geslepen dominee van Bishop’s Gate doorziet de aardse gebreken van het koppel en verleent hand- en spandiensten In ruil voor twee gratis voorstellingen. Bij de avondvoorstelling, voor de ogen van het hele dorp, vindt Rupert echter de dood. Flavia heeft onmiddellijk door dat de elektrocutie geen ongeluk is.

Als bijdehand maar vooral zelfverklaard hulpje van inspecteur Hewitt gaat ze op onderzoek uit. Ze rent door het hele dorp, op zoek naar de waarheid, maar stoot op heel wat geheimen die het daglicht beter niet hadden gezien.

Met dit tweede deel uit de Flavia de Luce cyclus (al 6 boeken in het Engels), is het duidelijk dat dit een serie wordt om duimen en vingers van af te likken. Flavia combineert jeugdige schalksheid met een bovennatuurlijke intelligentie die menig volwassene verrast. Schrijver Bradley hanteert een heerlijk spottend timbre waarbij je vooral geniet. Een Cozy Mystery dat recht naar je hart gaat. Laat die volgende maar komen.