Hof van Eden

De donkere kant van het aartsparadijs

Wie meer over James Rollins wil vernemen moet er het interview van collega Kees de Bree bij nemen. Uit het uitvoerige gesprek dat Rollins met Kees in Amsterdam voerde over zijn motivatie en achtergronden, neem ik mee dat Rollins begon als stripverzamelaar en nadien verder studeerde én doctoreerde als veearts. Die vaardigheden ontplooit de schrijver volop in al zijn boeken.

 

Ik had van de brave man Het Laatste oordeel gelezen, uitgelezen zelfs, wat flink is van mij, gezien de groeiende ergernis over de ondraaglijke lichtheid van de plot, die op zijn beurt een doordruk blijkt van de historische brij waarmee Dan Brown beroemd werd. Het historische mysterie is al te vaak een lont die spectaculair ontvlamt, onderweg wat sputtert maar steevast uitdooft als een kaars. Hof van Eden belandde dan ook met de nodige scepsis op mijn tafel.

Proloog en eerste hoofdstukken voedden mijn wantrouwen. Typisch dat het mysterie in het Midden-Oosten begint, bakermat van mensheid, wetenschap en godsdienst . In de dierentuin van Bagdad zijn de wilde dieren ontsnapt. Het jongetje Makeem is getuige van een gewelddadig incident waarbij een Amerikaanse soldaat wordt verscheurd door iets wat het midden houdt tussen een onbenoemd wild dier en een geest. Pfff., zie je wel.

Cut naar een ochtend in mei, in New Orleans. Dokter Lorna Polk, wetenschappelijk onderzoekster voor het ACOBS ( onderzoekscentrum voor bedreigde diersoorten) is bevoegd voor de embryo’s van berggorilla’s, Sumatraanse tijgers en andere zeldzame dieren. Door een goede bekende, Jack Menard wordt ze in haar hoedanigheid als gespecialiseerd dierenarts bijgeroepen voor advies over een lading dieren in een gestrand schip. Lorna kan haar ogen niet geloven als ze een slang ziet met onvolgroeide poten, Siamese tweelingaapjes, een papegaai zonder veren en … een lege kooi van iets groot en sterk. Pffff, been there, read that.

Maar plots roert Rollins een heel andere trom. Het ontsnapte beest is een grote – correctie: gigantisch grote – jaguar, die vrij loopt in de bayou rond New Orleans. Lorna brengt de andere dieren naar ACOBS, waar ze meteen onderzocht worden, en gaat samen met Jack en zijn team op jacht naar de jaguar. Terwijl het ACOBS gaandeweg ontdekt dat deze dieren in de hersenen implantaten bezitten die hen als groep intelligenter maakt (de papegaai declameert bijvoorbeeld het getal pi correct met ettelijke decimalen), strijden Jack en Lorna met de jaguar, die niet alleen bloeddorstig is, maar ook tactisch sluw. Het letterlijke spel van kat en muis houdt de lezer de eerste 120 bladzijden in de ban. Dat tilt het verhaal naar een eerste hoogtepunt, waarbij de Cajuns, de bayou met haar al dan niet geschubde bewoners een glansrol spelen. Set één voor Rollins.

In de volgende game komt een derde partij aan slag: Ironcreek. Onder leiding van Duncan Kent, de mismaakte soldaat uit de proloog, dient deze groep huurlingen de duistere belangen van de Amerikaanse regering. Biologische oorlogsvoering is belangrijk, geldverslindend en nietsontziend. Ironcreek weet daar alles van en laat gewoontegetrouw geen sporen na. De mismaakte dieren én getuigen staan dus op de nominatielijst voor beste kadaver.

De belegering van ACOBS is het volgende hoogtepunt. Bladzijden lang vliegen de kogels Jack, Lorna en hun medestanders om de oren. In dit boek komen de opeenvolgende patstellingen wél geloofwaardig over en het is niet meer dan logisch dat Duncan er met Lorna als buit van onder muist.

De plaats waar de ontknoping van het verhaal zich zal afspelen is een eiland in de Caribische Zee, waar het onderzoekscentrum van Ironcreek is gevestigd. Dat deel van het boek doet de haren ten berge rijzen als het genetische project van de melomanische Dr. Malik ter sprake komt.

Mijn respect groeide met het vorderen van de lectuur. Anders dan in Het Laatste Oordeel en andere boeken van Rollins is de spanning in Hof van Eden geloofwaardig, langgerekt en intens. De wetenschappelijke mismeestering van Dr. Malik is onthutsend en stuitend, maar gebaseerd op reële feiten. Dit is fictie die héél dicht bij de realiteit staat, wellicht bestaat. Rollins toont meesterlijk hoe legitieme wetenschappelijke nieuwsgierigheid al te gemakkelijk kan uitmonden in experimentele melomanie.

Ik had het boek willen nomineren voor vijf sterren, als er niet twee “maar’s” opdoken. Zodra die Dokter Malik eindelijk kan snoeven tegenover een intellectuele gelijke, Lorna dus, en beiden discussiëren over de mogelijkheden van dierlijk intellect is de tijd wat kort voor de lezer om nog eerst een biologisch doctoraat te halen. De soms ellenlange dialogen tussen Malik en Lorna enerzijds en Jack en de mensen van ACOBS anderzijds flirten met onuitstaanbaar jargon. En twee: ik kreeg nooit het gevoel dat ik het boek niet kon wegleggen. Ik vond het zelf eerst raar: spannend, maar niet onweerstaanbaar. Het ligt niet aan de personages: die zijn genoeg uitgewerkt voor een avonturenroman als deze. De romantiek zit het verhaal evenmin in de weg. Wellicht is het ontbreken van humor het euvel dat de vijfde ster de das omdoet. Alles is héél ernstig, dramatisch en theatraal, Eendimensionaal wreed, vraatzuchtig en onverdraagzaam. Geen leesvoer voor doetjes. Maar ook geen plaats voor een grijns. De werelden van James Rollins zijn net als een donker stripverhaal: veel vaart en actie, met een minimum aan relativering. Close, but no cigar.