Hunkering

Hunkering is weer iets heel anders: het verhaal van Arend, van Arend en Hugo in feite. Zij leerden elkaar kennen in een Amsterdams studentenhuis, in de jaren tachtig, waar ze behalve een krappe plaats ook de knappe studente Dana deelden, hoewel dat laatste zuiver platonisch.

Arend en Hugo sluiten een pact dat ze Dana het eerste jaar niet voor zich zullen proberen te winnen. Voor de rest verdelen ze de tijd met schilderen (Hugo) of dichten (Arend). Ze tonen daarbij bijzonder veel ambitie.
De tijd glijdt voorbij en dertig jaar later krijgt Arend een telefoontje uit Frankrijk van een wildvreemde Nederlandse uit een nietig dorpje. Of Arend een zekere Hugo kent? Nou, dat treft, want hij is verongelukt. Wilt u de begrafenis komen regelen?
Meer is niet nodig om dit verhaal te vertellen. Arend wordt heen en weer gezwiept door zijn herinneringen. Wat werd er van Hugo? Waarom mocht hij nooit een schilderij van hem zien? En Dana? Waarom staat zij op de gsm van Hugo?
De roman stevent op een climax af, heel summier, zuiver, met de vinger op de pols. De teloorgang van ambitie door te leven, ziedaar de achterliggende motivatie.