In de schaduw van de Banyan

De onzinnige gruwel van de Rode Khmer

Raami is zeven jaar en leeft met haar familie in Phnom-Penh. Haar familie is verwant met het koningshuis en heeft daarom heel wat aanzien. Er is een kokkin, een tuinman en een melkmama. Zekere dag klopt de revolutie echter aan de poort en daarmee stort hun wereld van de ene op de andere dag in elkaar. De hele stadsbevolking wordt gedwongen om halsoverkop te verhuizen naar het platteland. De Rode Khmer hebben de revolutie gewonnen en in hun ideologische onbezonnenheid, die vertrekt vanuit chaos, zorgen ze ervoor dat niemand nog verder kan kijken dan het ochtendgloren van de volgende dag. De hele bevolking wordt heropgevoed voor het nieuwe communistische ideaal.

Dit is de essentie van het verhaal. Met een onthutsende eenvoud wordt de zinloze ledigheid beschreven van de vier jaren waarin Raami en haar familie het juk van de Rode Khmer ondergaan. Het mag wellicht zijn dat de leiding van de Rode Khmer een notie had over haar doel, maar dan is het zo dat de doorstroming van die doctrine naar het veld (dat woord mag je letterlijk nemen) van een ontstellende zwakte was, waarbij willekeur en onbegrip de waan van de dag vormden. De Rode Khmer waren gekleed in het zwart, wat werd uitgelegd als pure eenvoud. Dat kan kloppen, want ze hadden totaal geen benul van wat ze bezig waren. Milities blonken zelden uit in doorzicht, hun leiders des te meer in zinloze agressie. In ware Big Brother-spirit werden bevelen blindelings uitgevoerd, zonder ze te begrijpen. De bevolking werd als vee uit de stad gedreven. Families uit elkaar gehaald, willekeurig naar een uithoek van het land getransporteerd, talloze keren na elkaar. Op intellectuele blijken van verstand stond de doodstraf. Het dragen van een bril, het kennen van een taal, het lezen van een boek: zodra je dat toonde, was je laatste uur aangebroken.
Zelden in de wereldgeschiedenis was een terreur zo nietsontziend, zo destructief. Cijfers bevestigen dat een derde van de Cambodjaanse bevolking stierf door executie, honger, ziekte of uitputting. Het is een van de grootste genocides van de mensheid, uit naam van een communistisch ideaal.
De familie van Raami dient als leidraad voor dit triestige verhaal. Raami’s vader is de afstammeling van een Cambodjaanse prins en heeft nationale bekendheid verworven als dichter. Met zijn vrouw en twee dochters, maar ook met zijn broer en diens familie, worden ze uit elkaar gespeeld. Vanuit het standpunt van de 7-jarige Raami wordt de chaos, de willekeur en de blinde terreur aanschouwelijk gemaakt. Haar leeftijd vormt trouwens geen excuus om geen 14 uur per dag te werken. Rivieren worden gedregd, rijst geteeld en dammen gebouwd. Dit alles in het kader van een groots economisch project waar de soldaten van de Rode Khmer zelf geen bal van snappen.
In de schaduw van de banyan is een mistroostig verhaal waar nauwelijks plaats is voor een zonnestraal. Het kinderlijke standpunt maakt het nog enigszins te dragen. Ze overleeft dank zij de verhalen van haar vader en de onverzettelijkheid van haar moeder. De auteur slaagt er wonderwel in de empathie doorheen de soms ellenlange actieloosheid te slepen naar een einde dat je niet meer verwacht. Bij het omslaan van de laatste bladzijde moet je even slikken voor zoveel samengebalde onmenselijkheid. Dichterslijke gruwel.