Iris was haar naam

Doorbraak van Toni Coppers

De naam Toni Coppers krijgt stilaan een eigen weerklank in thrillerland. De man is een creatief projectleider bij de VRT, maar ook literair lijkt hij niet voor één gat te vangen. Hij waagde zich al aan reisgidsen, satire en thrillers. In dat laatste segment zit hij aan boek nummer vier. Twee van zijn vorige thrillers werden genomineerd voor de Hercule Poirotprijs en de Diamanten Kogel. Toni Coppers wordt gaandeweg een gevestigde waarde. Het zal wellicht niet lang meer duren tot Vlaanderen en Nederland hem erkennen als grootmeester in wording.

Dat gevoel overheerst bij lezing van Iris was haar naam. In dit vierde boek rond Liese Meerhout heeft zij de onafwendbare overstap gemaakt van Kunstcriminaliteit naar de Moordsectie. Hoewel Coppers zich bij de opbouw van zijn serie zeker heeft voorgenomen om langs alle clichés te laveren, zal hij beseft hebben dat niet bij elke diefstal van een kunstwerk een moord kan horen en dat hij anders daarmee zijn eigen cliché zou creëren. En vermits een thriller inspeelt op de duistere gevoelens van de lezer is de transfer van Liese naar de moordsectie helemaal geen ongelukkige zet.

Slim als hij is, smokkelt Coppers dan maar meteen tal van interne wrijvingen in het verhaal. Vanzelfsprekend wordt de nieuwe commissaris door haar manschappen gewikt en gewogen, en zeker in het geval van een intuïtieve, kwetsbare vrouw als Liese. Wanneer het onderzoek blijft aanslepen en de twijfel binnen de recherche toeslaat, voelt Liese het onuitgesproken wantrouwen van haar team en haar leidinggevenden.

In deze zaak draait alles rond twee doden in het Zoniënwoud, waarbij een link wordt gelegd naar een verdwenen meisje van 13. De eerste was een kolonel van de NAVO, de tweede is een obscure garagist in tweedehandse wagens. Toch blijkt er een connectie, zeker als die garagist wordt gevonden met een iris in zijn handen. Dat laatste is er wat over, want hoewel de bloem een beslissend spoor wordt in het onderzoek wringt het wat met het motief dat later aan bod komt.
De afwikkeling van de plot wordt lang verborgen gehouden voor de lezer. De subplot – Bauwens blijkt zich in te laten met kinderporno – is eerder misleidend dan cruciaal. Coppers kan dat kinderlijden heel rauw brengen, maar het is een teleurstelling dat hij daarmee niets aanvangt wanneer de climax eraan komt. Het aspect thriller lijkt overigens wat ondergeschikt voor de auteur. Hij hecht meer belang aan sfeer en karakter. Daarin zit dan ook de grote meerwaarde van deze boeken rond Liese Meerhout. Coppers toont dat hij mensen goed kan bestuderen en hun kleine kantjes al dan niet grimmig bloot kan leggen. Liese is een onzekere vrouw, wars van structuur en branie, maar met plussen op het vlak van intuïtie en gevoeligheid. Sidekick Sura, een veertigjarige moeder van twee kinderen, is een stuk doortastender dan Liese en helpt haar ook met de acclimatisatie in het team. Dit vrouwelijke duo hanteert een andere manier van redeneren dan vele mannelijke rechercheurs uit tal van andere boeken. Alleen daarom verdient Coppers zijn prominente plaats in de Nederlandstalige thrillerliteratuur.

Toch komen in Iris was haar naam ook de mannen aan bod. Niet noodzakelijk als kneusjes en doetjes, er zitten ook knappe typetjes bij. Collega’s Niels Hoogvliet en Christophe Dayez zijn de pispalen van dienst, hoofdcommissaris Derhuwé speelt de trouwe toeverlaat. Mich Vermeylen, de opvolger van Liese bij Kunstcriminaliteit, heeft dan weer losse handjes, waardoor Liese’s relatie met Simon dreigt spaak te lopen. Simon de Vere verdwijnt ten opzichte van de vorige boeken wat naar de achtergrond, maar hij blijft de connectie met het kunstverleden van Liese.

Kortom, Iris was haar naam ademt menselijkheid uit, de dialogen lijken levensecht. Tussendoor prikkelt Coppers de lezer met politieke beschouwingen, absurde taaltoestanden in Brussel, moppen met een baard en sfeerbeelden uit het Zoniënwoud. De man amuseert zich als hij schrijft. Als Toni Coppers de spanningsboog nog wat strakker zou kunnen aantrekken, hebben we spoedig een viersterrenauteur van eigen bodem.