Kijk mama, zonder washandje !!!

Een berichtje van de heer professor Stijn Reijnders uit Amsterdam brengt me bij dit onderwerp. De prof zoekt vrijwilligers die een kwartiertje willen leuteren over hun James Bondhobby. Bedoeld wordt: autootjes, pistooltjes, posters, hebbeprulletjes. Niks voor mij. Ik bezit alleen boeken.
De bedoeling van de prof staat me echter wel aan. In een filmpje (http://home.medewerker.uva.nl/s.l.reijnders/) legt hij in vermakelijk Nederengels uit hoe hij het begrip media tourism wil omschrijven.

Media Tourism, iemand moest eraan beginnen. Ja, nu we het benoemd zien, weten we plots ook waarover het gaat. Tegenwoordig kan je in New York kiezen voor een Friends Tour, een Sex-and -the-city Tour of een Cheers Tour. Ik betwijfel of die laatste nog veel succes heeft.
In Engeland bestaan er Inspector Morse Tours in Oxford of doorheen het landschap van Kent. Prijzenswaardig. Brugge heeft toch wel zijn Pieter Aspe Toer, mag ik hopen?

Laat ons eerlijk zijn. Het zijn best lovenswaardige initiatieven die vooral het plaatselijke toerisme een handje toesteken. Niets nieuws onder de zon dus, een concept zo oud als de straat. Londen kent al decennialang pubtours met een thema, of dat nu over Sherlock Holmes of Jack The Ripper gaat. Overal ter wereld wordt er fluks een reden gevonden om de toerist op min of meer verantwoorde manier geld uit de zakken te kloppen. Denk maar aan Nessie, schoolvoorbeeld uit Schotland. Of wat gezegd van Pedro op Hiva Oa, het eiland van de Markiezenarchipel? Pedro verdient op twee maanden zijn jaarlijks brood door goedgelovige toeristen een ezelrit aan te bieden van de aanlegplaats van het cruiseschip, de berg op, naar de graven van Paul Gauguin en Jacques Brel. De overige tien maanden amuseert Pedro zich rot in het plaatselijke café met zijn straffe verhalen. Maar ik dwaal af.

Recent schijnt Media Tourism dus een heuse piek te kennen, dank zij de filmindustrie. Films als The Da Vinci Code en de trilogie van The Lord of the Rings zijn daarvoor verantwoordelijk.
Het pittoreske Schotse plaatsje Roslin zag jaarlijks 30.000 bezoekers voor zijn kapel. Dat veranderde drastisch sinds de zomer van 2004, toen het boek The Da Vinci Code uitkwam. Nu haalt de Roslin Chapel gezwind 200.000 bezoekers. Je kunt die mensen bezwaarlijk pelgrims noemen. Zij tonen zich zelfs verbolgen wanneer de plaatselijke feiten niet helemaal kloppen met de fictie, die zij als het sjabloon van hun wensen beschouwen.
The Lord of the Rings bracht ons superbe Nieuw-Zeelandse landschappen. Wie er niet was doet er laaiend enthousiast over, maar recent sprak ik een rusteloze ziel, die beweerde dat je net zo goed naar de Alpen kon. De onderkant van de wereld bezit niet per definitie mooiere bergen. ’t Zal dus wel een kwestie van goed filmen zijn.

Wat me bij 007 brengt.
Media Tourism is al decennia aan de gang in de wereld van James Bond. Websites waar James Bondcruises worden aangeboden voor de happy few zijn niet te tellen. Laat ons meteen stellen dat ik niet voldoende few ben, maar wel happy dat jij lezer, daar waarschijnlijk ook niet bij hoort.
Voor de enkeling die hier zijn wenkbrauw durft optrekken: ga weg man, ga logeren op Goldeneye. Kost je 3500 dollar per nacht. Daarvoor krijg je een standaard kamer waarvoor je op een Club Med je neus zou ophalen. Toch gingen Bono, Harrison Ford, Jim Carey, Kate Moss, Naomi Campbell, Sting en andere Mensengoden je al voor.
Understated luxury noemen ze dat. Alsof je in bad gaat zonder zeep, zoiets. Het geteisem het er nog eens goed inwrijven: kijk mama, zonder washandje.

Geen nood, het plebs kan nog altijd naar James Bond eiland. Kost je maar 500 euro retourtje Thailand. Officieel heet dat eiland Kao Ping-Kan, maar elke Thai, honderd kilometer in de omtrek zal je met een glimlach het eiland aanwijzen. Nou, dat is lichtjes overdreven. Peddelend in een veel te klein bootje wordt zelfs de stoutmoedigste toerist stil bij de lichtjes intimiderende tocht in de Andamaanse Zee. De puntige vorm van de eilanden, de mistige, klamme weersomstandigheden en het voor die regio donkere water maken indruk. Plots doemt het bewuste eiland dan op. Je hoort het voor je het ziet: het roezemoezende, postkaartverkopende, Fuji-filmpjesbulkende, hot-dogwalmende eilandje van niks, waar het elke dag van twee tot vier krioelt van toeristen. Daar ben ik nu eens wél naartoe geweest zie. Met vriendin nr. 2 nog wel. My Bondgirl. Is nu aan hààr vriend nr. 4, maar daar hebben we het later nog wel eens over. Of niet.
Houd het, bij nader inzien, toch maar dichter bij huis. In Londen bestaat ook een James Bond Tour: voor 190 pond kan je met vijf in een taxi, twee uur door de hoofdstad. Van MI6 tot Tower Bridge. Cool. Ze hebben daar zelfs een Bond Street. Twee zelfs. New Bond Street bestaat ook. Dat was zeker toen Lazenby het van Connery overnam. Ze zijn blijven nadenken over Newest Bond Street, maar voorlopig dus niet.

In België bestaat er niks. Nul, noppes, nada. België is tot nu toe James nomandsland. Wat hebben wij Hem misdaan? Geen Bondgirl, geen Bondlocatie, we zijn zo aan ons lot overgelaten, als een woestijn van Bondloze attributen. Terwijl we toch voortdurend voor de neus van die Britten leven? En zij al die Bondrollen maar geven aan Denen, Zweden, Hongaren, Oekraïners of all people. Was onze voorlopige regering uit 1940 dan zo’n miskleun, dat ze het ons nog altijd niet vergeven?
Daarom, goedmenende lezers van deze rubriek: bel die Reijnders plat. Zeur hem om de oren over je Corgietje, je berettaatje of je Aston Martinietje. Want vanuit Nederland blijkt het wel te lukken. Al drie keer: Janssens, Deckers, Crabbé. Geef toe, dat zijn toch oer-Vlaamse namen? Wat hebben die Hollanders wat wij niet hebben? Behalve lef dan? En Máxima?
Media-tourism! Zullen we die Reijnders eens mores leren !!!

From Raymond, with Love