Klem

Gevangen op het platteland

Sean is een roodharige Brit met een normaal leventje in Londen. Hij heeft wat vrienden, en samen kennen ze alles van oude films. Films zijn trouwens een thema in dit boek, althans in het Engelse deel. Zeker moment wordt gesproken over de Franse film, L’été meurtrier, met Isabelle Adjani, ongetwijfeld een bron van inspiratie werd voor dit boek.

Het Londense deel is de aandrijving, die ervoor zorgt dat Sean blijft haperen in het Franse platteland. Het wordt slechts met mondjesmaat vrijgegeven, en telkens begrijp je een stukje meer van de lusteloosheid van Sean, en waarom hij zich hier in hemelsnaam mee inlaat.
Want bij de start van het verhaal is Sean immers helemaal over zijn toeren. Hij heeft een kilo cocaïne bij, niet zijn pak, maar hij heeft het, en dat is de reden dat hij een weide induikt als hij politie opmerkt. Het bekomt hem slecht, want wat verder trapt hij in een klem, waaruit hij zich niet kan bevrijden. Twee dagen later wordt hij weer wakker, en blijkt hij te gast op een boerderij. Zijn voet wordt verzorgd en mag hij zijn koorts verbijten op een hete zolderkamer. Op de boerderij wonen Mathilde en Gretchen, twee jonge vrouwen, met een klein kind en een boosaardige grootvader, Arnaud. Die is helemaal niet gelukkig met Sean, maar begrijpt dat die zich voor iets verstopt. Van de nood een deugd makend, geeft hij Sean het bevel om het huis op te knappen.
Daarmee leert Sean te leven met de ondoorgrondelijke Mathilde, de nymfomane Gretchen en de tirannieke Arnaud. Hij wordt bijzonder onvriendelijk bejegend als hij in het dorp komt, en ze daar aan de weet komen, waar hij verblijft.
Stilaan, laag na laag, geeft de boerenfamilie haar geheimen prijs, en even stilaan begrijpen we de drijfveer van Sean. Tot op het laatste moment, als hij eindelijk besluit het heft in eigen handen te nemen, gebeurt er weer iets dat hij nooit kon voorzien. Dat de ontknoping benadert van een boerendrama, zoiets als wat gebeurt in L’Eté meurtrier.
Klem is een eenvoudige maar subtiele titel. Het slaat zowel op het instrument waarmee Sean een paar weken invalide is, als op zijn situatie. Het is een merkwaardig boeiend boek, dat de donkere psyche van mensen verkent. Het staat bol van de metaforen, waarbij de sanglochons, een soort wilde zwijnen, een huiveringwekkend element is. Klem is, met excuses voor de flauwe woordspeling, een beklemmend boek, dat heel wat tijd in je gedachten blijft rondhangen.