Koorddansen in het zand

Broeierig complot in de Bourgogne

Het begint als een liefdesverhaal. De onbenoemde hoofdfiguur van dit boek wordt smoorverliefd op Anne-Sophie, die hij ontmoet in het vliegtuig, op zakenreis. Een vonk springt over, nadat hij zich galant opstelt bij de passage langs de douane. Er volgt een vage afspraak, zes weken nadien in Parijs. Tot daar Anne-Sophie, besluit onze held. Die ik later Anso mag noemen.

Tot zijn stomme verbazing herneemt de relatie in Parijs. Erauw verslindt een paar hoofdstukken om die ontluikende liefde mooi te kaderen. Anso’s tic om een haarlok achter haar oor te leggen is hierbij het vertederende beeld. Het helpt natuurlijk dat de man zijn nieuwe liefde in bed mag verbouwen naar goeddunken. Ze slikt alles wat ik met haar doe, zo lijkt het, maar ze moedigt me aan noch tempert ze mijn driften. Ze beperkt zich ertoe mijn bevelen op te volgen en mijn lusten te bevredigen.
Op een van de letterlijke hoogtepunten komt die ambetante telefoon uit Frankrijk: papa is dood, overkomst dringend gewenst.
Acht je de stroom te breed, schrijft Erauw, waag dan de sprong niet. Hoe kon hij vermoeden dat zijn wereld zou inkleuren met tinten waarvan hij het bestaan niet eens kende?
Van dan af neemt het verhaal een totaal andere wending. In Saint-Germain-du-Bois, een klein dorp in de Bourgogne, lopen Anso en haar nieuwe vriend daarom regelrecht in de val van Ginette, Anso’s moeder. Ginette en Bernard, (de broer) houden een hotel, dat stilaan de financiële afgrond in glijdt. In feite is Anso de laatste strohalm voor Ginette, maar dat vertelt ze pas op een avond, bij het digestief, wanneer ze de kaarten definitief op tafel legt. De uitkomst is: het hotel wordt verbouwd, Bernard doet de keuken, samen met een topkok, en Anso en haar vriend mogen voortaan de boel runnen. Ginette ruimt de plaats, op uitdrukkelijke wens van Anso. Voor de volledigheid van de plot: er is ook nog een sympathieke oma en een verdwenen briefje van de loterij dat eerstdaags zal verlopen.
Het is Ginette die de kern wordt van de intrige. Zij kreeg Anne-Sophie op jonge leeftijd en ziet er op haar leeftijd nog zeer aantrekkelijk uit. Wat zich vertaalt in vele avontuurtjes en minnaars, die zich allemaal schuil houden in de spelonken van het kleine dorp. Het is overigens zowat het enige dogma van Anso: n-e-u-k m-a-m-a n-i-e-t !!
Hiermee zit het spel volledig op de wagen: een hitsig dorp, een geldprijs als McGuffin, een financiële strop die stilaan wordt aangehaald en een sensuele mama. Onze held heeft geen schijn van een kans. De intrige laat denken aan oudere Franse drama’s zoals La fiancée du diable, Manon des sources, maar vooral L’Eté Meurtrier, waar sullige mannen het gewillige slachtoffer worden van buitenaardse schonen. Waarin een broeiende sfeer een duistere poel blijkt, die gewone mensen meezuigt in een draaikolk van gretigheid en lust. Het is haast vanzelfsprekend dat het thrillerelement in zo’n verhaal zeer traag groeit, naarmate je personages en sfeer savoureert. In dat deel van het boek doet de lichtvoetige taal van Erauw wonderen.
Zo verwoordt de eerste ex van de hoofdfiguur het: “Time out, lieverd, bromde ze en ze verzon een resem verwijten die ze netjes voor meester Verkest inventariseerde.“
Een ander pareltje: “Haar wispelturigheid had een alarmlampje moeten doen flikkeren maar ik ben een onnozelaar die vrouwen niet begrijpt en in plaats van de golfslagen van hun gemoed te vrezen, voeden ze slechts mijn verlangens.” Welke man herkent dit niet?
Erauw werkt toe naar een genadeloze ontknoping, waarbij zowat iedereen door de mand valt. In Koorddansen in het zand vormen menselijke tekortkomingen de motor van de verwikkelingen. Het drama in eigen schoot heeft immers veel meer impact dan de ramp voorbij de horizon.