Ons soort verrader

John Le Carré, wat moeten we nog vertellen over iemand die op zijn eentje de spionageroman een nieuw aanzien heeft gegeven? Titels als Tinker, Tailor, Soldier, Spy, of The Russia House, The Little Drummer Girl en zeker The Spy who came in from the Cold, zijn stuk voor stuk literaire mijlpalen.

Le Carré onderscheidde zich altijd als een no-nonsens verteller, non-Bondiaans, die uitgebreid ingaat op de achtergronden van spionage. Hij schrikt er niet voor terug om van gewone mensen would-be spionnen te maken, en dat is precies wat gebeurt met Perry Makepiece, een professor Engelse literatuur, als hij op vakantie in Antigua wordt benaderd door Dima, een Russische tycoon. De eerste kennismaking gebeurt op een tennisveld, waar Perry en Dima verbeten een zogenaamd vriendschappelijke wedstrijd trachten te winnen. Perry en zijn partner Gail worden daarna uitgebreid het hof gemaakt door Dima, die behalve een bataljon lijfwachten ook nog een familie op het eiland heeft zitten. Wat Dima en Perry bekokstoven komt aan bod in het tweede deel van het boek, als Perry het uitgebreid mag gaan uitleggen bij de Britse geheime dienst. Het verhaal kent zijn definitieve ontplooiing op Roland Garros.
Ons soort verrader leest niet als een doordeweekse thriller. Er komt veel profilering bij te pas, het is belangrijk dat je alle tics en trucs van zowel Perry als Dima kent, om van M.I. 6 maar te zwijgen.