Over Elk vergeten heen

Hoofdinspecteur Berg is op de veiling van Bernaerts in Antwerpen en wil bieden op een kleinood, een onbeschreven balboekje uit de negentiende eeuw. Hij ontmoet op de veiling een bekende uit Leuven, kunsthandelaar Karel Vyncke, die van zijn kant wil bieden op een zeldzaam beeld van de bekende beeldhouwer Constantin Meunier, met de naam Psyche.

Berg is er getuige van dat Vyncke de bieding niet kan winnen, wat hij zeer spijtig lijkt te vinden. Buiten woedt een sneeuwstorm, zodat Vyncke Berg een lift geeft naar zijn hotel. Vyncke en Berg praten nog wat na in de bar, waarbij blijkt dat Vyncke als stroman optrad voor de decaan van de Universiteit voor wijsbegeerte van Leuven. In het hotel arriveert nu ook de koper van het beeld. Vyncke wil nog een ultieme poging doen om de man te overtuigen terwijl Berg gaat slapen.

De volgende ochtend blijkt de koper van het beeld vermoord, Vyncke en het beeld zijn verdwenen. De Antwerpse recherche onderzoekt de zaak, waarbij Berg wordt ondervraagd. Voor hem lijkt de kous daarmee af. Berg vindt een paar dagen later een briefje bij hem thuis onder zijn deur, afkomstig van Vyncke, waarop staat dat hij waarschijnlijk iets dom heeft gedaan.

Vooraleer Berg Vyncke daarop kan aanspreken, wordt hij gewaarschuwd dat het lijk van Vyncke werd gevonden in Heverlee, liggend op een graftombe op een afgelegen plek, op het grondgebied van een Augustijnenklooster. Berg en zijn team zijn ervan overtuigd dat de twee moorden gelinkt zijn, maar dat de oplossing in Leuven te vinden is.

Tot daar de aanzet van dit verhaal, dat de volledige insteek zou kunnen zijn van eender welk detectiveverhaal, maar Claes zou Claes niet zijn als hij er zijn eigen draai niet aan geeft. Van hieruit neemt de plot immers, zeg maar, een intellectuele vlucht, waarbij de lezer bladzijden lang moet ploeteren tussen verbanden van drie generaties. Waarbij historische figuren als Kardinaal Mercier en Armand Thiéry hun belang hebben, maar de gebeurtenissen worden bepaald door hebzucht van eigentijdse personages. Dat is geen nieuwe vaststelling, dat doet Jo Claes telkens weer. Hij bezit de erudiete kennis om die historische verbanden te combineren met fictie, waardoor zijn boeken een intellectueel imbroglio worden voor de lezer.

De leiding wordt genomen door Berg, die er zoals gewoonlijk, net als de lezer, geen touw kan aan vastknopen. Al zijn medewerkers lopen zich de benen onder het lijf om sporen te onderzoeken, maar keer op keer loopt dat op een teleurstelling uit. Berg komt dan meestal tot rust door een rondje op het kerkhof te lopen, een koffie te gaan drinken, thuis te koken met dure wijn of zijn serre met orchideeën te verzorgen. Meestal krijgt hij dan wel die allesbepalende ingeving waarmee hij het laatste vijfde van het boek domineert en de zaak oplost.  

Onderweg is Berg steeds zijn nurkse zelf, een tobbende, koffie slobberende denkmachine op twee voeten die niets of niemand ontziet, zeker zichzelf niet, maar evenmin de collega’s. Alleen zijn vriend Zeebos durft hem al eens de mantel uit te vegen. Bovendien worstelt Berg opnieuw met zijn liefdesleven. Sinds zijn vorige avontuur heeft hij wel de mooie Tatyana uit Oeganda leren kennen, maar hij beseft gaandeweg dat afstand elke liefde versmacht. Zeker wanneer hij zich aangetrokken voelt tot Katelijne, de dochter van Vyncke. In het boek beschrijft de auteur heel mooi deze amoureuze knoop van Bergs: “Elke relatie is een paradox op zich. Ieder mens is van nature volledig op zichzelf gefocust en de liefde zet dat basisgegeven compleet op z’n kop. … Als het goed zit in een relatie dan houdt die paradox op een paradox te zijn. Maar als de situatie zo is dat je jezelf dreigt te verliezen, dan moet je ingrijpen voor het te laat is.“

Zoals altijd brengt Jo Claes zijn multicultureel vraagstuk tot een goed einde. Hij biedt een heel scala aan verdachten aan, elk met hun motief en zwakheden, maar aan het einde ben je toch verrast. Zoals gewoonlijk moet Berg bij de onderzoeksrechter niet aankomen met intuïtie, maar met bewijzen, want de onderzoeksrechter is per definitie nooit tevreden. Aan het einde wordt het slechte karakter van de onderzoeksrechter echter een troef bij de ontknoping.

Kortom, Over elk vergeten heen, is zoals steeds bij Claes, een zeer onderhoudend, spannend verhaal dat werkt op verschillende niveaus. De lezer moet er zijn gedachten bijhouden, maar op het einde is de loutering verkwikkend.