Skelet

Lijk in het moeras

Skelet is de zoveelste roman van Jonathan Kellerman met het duo Delaware/Sturgis, een combinatie waar maar geen sleet op komt. Omdat Kellerman een herkenbaar stramien heeft uitgetekend waarbinnen hij naar hartenlust varieert.

Milo Sturgis is een uitgerangeerde politiecommissaris uit Los Angeles, die met een minimum aan verantwoording en bijstand een maximum aan rendement levert. Twee keer per jaar lost hij een zaak op, en daar wordt telkens een boek over gemaakt. Maar hij moet er ook een prijs voor betalen. Milo, schoon tweehonderd kilo aan de haak, hanteert een buitensporige vraatzucht om goed te kunnen denken. Hij heeft een relatie met een dokter-chirurg van hetzelfde geslacht, wat waarschijnlijk de reden is van zijn feitelijke degradatie. De enige die hem helpt is Dokter Alex Delaware, de ik-figuur, een kinderpsycholoog, die op voorspraak van Milo, tot officiële politiehulp werd verklaard. De combinatie klikt wonderwel. De twee scherpzinnige geesten redeneren zich door elke plot, waarbij Milo de politietechnieken aanbrengt en Delaware de creatieve ideeën. Toch gaat alles met mondjesmaat vooruit, zonder schokkende beelden.
Zo ook in Skelet. Vier lichamen worden opgedolven in een ecologisch moeras, de opzichter van het moeras wordt neergestoken in een nachtelijke ontmoeting. Door identificatie van de slachtoffers wordt algauw een eerste verdachte zichtbaar: De vreemde opzichter Huck, die het domein managet van de rijke familie Vander, en plots onvindbaar is. Langzaam sluit de gordel rond de voortvluchtige Huck.
Bij Kellerman geen achtervolgingen, plotwendingen, deus-ex-machina’s. Gewoon ploeterwerk, theorieën en routine. Toch lukt hij er altijd in om de aandacht vast te houden en daar zijn niet in het minst de dialogen voor verantwoordelijk. Heb je één Delaware-thriller gelezen heb je ze allemaal gelezen, maar het verveelt nooit.