Starcon UK: op fossielenjacht

Eind september (2006) naar Londen geweest. Nou ja, Londen. Target was een dagje Starcon in Sunbury/Kempton Park, zo’n uurtje van de hoofdstad. Doch met de treinrit vanuit Waterloo Station verlies je nooit het stadsgevoel. Ik was ooit wel een paar keer naar de NEC in Birmingham geweest, een gigantische hall voor filmfanaten van allerlei slag, en was dus een beetje teleurgesteld toen ik werd geconfronteerd met de kleinschaligheid van Kempton. Maar goed, het is hun eerste keer.
In wat in feite een stadion voor paardenrennen is (misschien ook wel voor het populaire greyhound) werd de filmbeurs gehouden in wat je het cafetaria kunt noemen. Qua omvang was je dus vlug rond.

Op de benedenverdieping handelden een dozijn standhouders in STAR WARS en andere wars, James Bond memorabilia en nog wat Britse series zoals DR. WHO of CARRY ON. Her en der zaten ook voor ons minder bekende acteurs, hoewel ik nog een leuke herinnering had aan Anna Karen, Olive van ON THE BUSSES. Ook enkele zogenaamde page-3 girls zaten daar hun mooie zelf te zijn, maar ik zie daar het memorabele nut niet van in. Eentje meldde zelfs dat ze geen topless foto’s signeerde. Zo is er ook geen bal meer aan.
Dan maar de bovenverdieping, waar alle James Bond acteurs bij elkaar zaten. Zelfs Hollywood-acteur Mickey Rooney resideerde daar. Arme Mickey, hoewel top of the bill, moest hij lijdzaam toezien hoe de Bondacteurs alle aandacht naar zich toetrokken.
Ik had me aan lange queues verwacht, maar dat viel dus fantastisch mee. Er stond hoogstens één wachtende voor mij. Ik maakte eerst een kennismakingsronde, om te kijken wie waar zat. Werd daarbij op een prettige manier begroet door Mary Stavin. Een Octopus-meisje, met nog een tweede verschijning in AVTAK, maar vooral Miss World 1977. Geef toe, je wordt niet alle dagen prettig begroet door ’s werelds mooiste.
Valerie Leon werd mijn eerste aanspraak. Sympathieke dame. Ik vroeg haar of er een groot verschil was tussen een Bondfilm van Broccoli en NSNS. “A whole World”, beaamde ze dadelijk. “NSNS was so chaotic. The script and everything. But Sean was nice to me.”
Ik heb van Valerie een foto gekocht uit NSNS, waar ze in bed ligt met James, net op het moment dat hun boot explodeert. Op de foto merk je goed de tatoeage van Sean.
Nummer twee werd Britt Ekland. Helemaal niet de seksbom van vroeger, nu een gekreukeld besje met een schoolmeester flair. Toch kwam het contact goed tussen ons, dankzij mijn zoontje van vijf en de chihuahua op haar schoot. Mijn zoon spreekt geen chihuahua en chihuahua’s spreken sowieso niet, maar toch begrepen ze elkaar zo’n beetje. Veel gesprek kwam er verder niet los tussen Britt en mezelf. Het zal wel aan mij liggen, dat ik niet de juiste vragen vond, maar erg behulpzaam vond ik haar ook niet. Te lang op die stoel gezeten, veronderstel ik, en snakkend naar het einde van een saaie dag.
Nummer drie werd Maude Adams. Da’s pas een madam waar ik van onder de indruk ben. De grote Zweedse heeft, in tegenstelling met haar buurvrouw, nog steeds een charmante uitstraling. De enige woorden die wij wisselden ging over de keuze van haar foto’s. We werden het eens, dat diegene die ik kocht, beider voorkeur wegdroeg. Opnieuw: misschien was ik een beetje te veel onder de indruk.
Caroline Bliss werd mijn laatste handtekeningverovering. Haar vind ik de sympathiekste van het hele lot. Ik vroeg haar, om het ijs te breken, hoe het met haar Barry Manilow-collectie ging. “Not complete anymore,” vertrouwde ze me toe. Caroline ziet er nog blits uit, hoewel het grijs in haar haren kruipt. Ik geraakte ook in gesprek met Thomas Wheatley, Saunders weet je wel, maar wilde geen foto van hem kopen, vanwege niet meer kunnen. Wat sneu voor hem, maar dat ga ik in Heerlen goed maken. Mijn verontschuldigingen voor al die andere Bondacteurs trouwens, maar mijn budget was beperkt, jongens. En zeg nu zelf, wie hangt er nou een heer aan zijn muur?
In het buitengaan ging ik een kijkje nemen bij Little Nellie. Ken Wallis zat er naast.
“En vliegt ze nog?” vroeg ik.
“Of course,” zei de kranige man, “but it’s a friend who flies her now. I’m ninety now.”
Ik hoop dat ik dat binnen veertig jaar ook kan zeggen. Van mijn vrouw dan.

From Raymond, with love