Terecht

Voor de eerste keer behoudt Rudy Soetewey een personage. Matthias De Wolf heeft het in het vorige avontuur (Bewijs het maar – 2015) zo goed gedaan, dat hij opnieuw mag opdraven.

De Wolf is nog steeds journalist, bij een andere krant, maar ook auteur. Titel van zijn boek: Bewijs het maar, dat in alle boekenkasten van alle personages opduikt. Het rare is dat hij zich voortdurend moet verdedigen over het feit dat het boek fictie is, terwijl iedereen hem onder de neus komt wrijven dat hij zijn namen wel heeft veranderd, maar dat de feiten realiteit zijn.  

Iedereen, tot daar aan toe, maar wanneer op een dag, de Staatsveiligheid aan je deur staat met die vraag, moet je toch even slikken. Allemaal omdat Matthias een verdachte USB-stick in zijn brievenbus vindt en die sito presto naar de politie heeft gebracht. Op de stick staat een gefilmde moord op een onbekende, vastgebonden man. Dan betoon je al eens burgerzin.

De Wolf wordt zelfs aangepord door een steeds maar uit het niets opduikende priester, die hem toevertrouwt dat de moordenaar in kwestie bij hem is komen biechten. Via de pastoor eist de moordenaar dat Matthias de zaak onderzoekt en publiceert. Als Matthias dat niet zou doen, zullen er meer doden vallen.

Tegen zijn wil wordt Matthias op die manier meegesleurd in een nieuwe intrige waarbij hij zijn onschuld alleen kan bewijzen door daadwerkelijk zelf op onderzoek te gaan. Zijn hoofdredactrice eist feiten en bewijzen, maar die heeft hij dus niet. Intussen wordt hij onder druk gezet door de politie, de staatsveiligheid en – via de pastoor – de onbekende moordenaar. Tenslotte is er nog een love-intrest, Christiane, die hem eveneens van meet af aan kort houdt. Wat een leven!

De fort van Soetewey is dat hij de lezer in het brein dwingt van zijn personage. Je maakt deel uit van diens twijfels, zijn angsten en zijn onkunde. Je maakt mee hoe hij de speelbal wordt van alles en iedereen, en hij noodgedwongen naar de weg vooruit moet stormen. Maar goed ook, want met een hoofdpersonage zonder drive heb je geen boek. In de cockpit van Mathias zit de lezer voortdurend op de eerste rij, te kijken naar de beslissingen van Matthias, die hij zelf ook zou nemen, als er maar meer tijd was. Herkenbaarheid, in combinatie met onzekerheid, creëren een onderhuidse spanning, die je door het hele boek jaagt.

En goed, er worden wat gratuite gewelddadige thema’s aangesneden zonder dat Matthias er echt in verwikkeld geraakt. Roze balletten, Erotische hoogmissen, safari’s op levende mensen, snuff-movies en kermissen voor horrorliefhebbers: het blijft allemaal aan de rand van de beleving. Vraag is natuurlijk wat zo’n realistische zijstap zou bijbrengen aan de speurtocht van Matthias, maar het nadeel is dat de booswichten in dit boek ver van gruwelijk zijn, en je nooit het gevoel hebt dat Matthias in groot gevaar verkeert. Zelfs niet wanneer hij een schop in zijn handen krijgt waarmee hij zijn eigen graf moet delven.

In ruil lees je heel wat verdoken maatschappijkritiek, gezien door de ogen van het hoofdpersonage. Het feit dat privacy voor de juiste mensen niet bestaat. Dat de rechten van de vrouw zonder probleem onder de mat worden geveegd. Dat de politie aangiftes met een overbodig cynisme behandelt. En zo verder. 

Waar je wel in meegaat, is in de radeloosheid van Matthias, die een na een alle deuren van de oplossing ziet toegaan en uiteindelijk wordt gedwongen tot een beslissing die hij dacht nooit te zullen nemen. Pas wanneer je daar bent belandt, begrijp je de titel van het boek volkomen.