Vermoorde onschuld

Hoewel ik Tot de dood ons scheidt als het beste werk beschouw van Jo Claes, bevestigt Vermoorde Onschuld, achtste boek intussen, eens te meer de expertise van Claes als beste plotmeester van Vlaanderen.

Jo Claes werd al tweemaal genomineerd voor de Gouden Strop, die hij de tweede keer won. Hij heeft dus elk sentiment daar rond meegemaakt, zowel aan de verliezende als aan de winnende kant. Ik kan me goed indenken dat hij, een paar dagen als solitaire Vlaming midden de Nederlandse drukte, tijd genoeg had om zijn indrukken te kristalliseren. Ongetwijfeld daar kreeg hij de idee dat de uitreiking kon gedwarsboomd worden, al was het maar fictief. Het hotel dat Trui Goedseels reserveerde, het traject naar de uitreiking in het Felix Meritusgebouw, de receptie achteraf met de handtekeningsessie, allemaal elementen die Jo Claes als ervaringsdeskundige in zijn roman dumpte.

Trui Goedseels is de uitgeefster van een kleine Leuvense uitgeverij, die op de rand van het faillissement bengelt, maar gelukkig kan rekenen op Lukas Lebowski (naam die Claes leende van de Nederlandse gelijknamige uitgeverij), die voor zijn derde nominatie gaat. Doch Lebowski wil andere oorden op zoeken en dus bestaat er een eerste conflict.

Hoewel Trui een punt voor staat. Niet lang daarvoor waren ze immers beiden in Firenze, voor een vertaling. Ze maakten ruzie, waarna Lebowski vlak erna met een fan, Lucie, in bed duikelde. Lucie werd echter achteraf vermoord terug gevonden en Trui was er als de kippen bij om Lebowski een alibi te verschaffen.

Daar kon ze niet lang van genieten, want ze werd zelf brutaal vermoord, in haar Nederlandse hotel.

Vermits zowel Lucie, Trui als Lebowski van Leuven zijn, komt deze zaak op het bord van Thomas Berg. Daarenboven is Trui een vriendin van de vrouw van onderzoeksrechter Hove, zodat langs die kant ook druk wordt uitgeoefend. Eerste verdachte is natuurlijk Lebowski, zeker wanneer uitkomt dat hij de moorden tot in detail beschrijft in het manuscript van zijn volgende boek. Inclusief de volgende moord, nog voor ze werd gepleegd.

Van daaruit kan Berg beginnen brainstormen. Het wordt een behoorlijke puzzel, met vele verrassende wendingen, waarbij het geduld en het intellect van Berg zwaar op de proef worden gesteld.

Tijdens het onderzoek is Berg zijn norse zelf. Hij blaft, kaffert en beveelt als vanouds: zijn collega’s moeten alles opofferen voor het onderzoek. Zelf kampt hij met tandpijn doordat hij op een kersenpit kauwde. Iets waarvan Claes prompt een rode draad in het verhaal maakt. Voeg er nog de traditie aan toe dat een aantal Leuvense stadsbeelden hun symbolische waarde in de plot brengen, en je bent zeker van weer een mooi Thomas Bergverhaal.

Want het is Berg, en niemand meer dan hij die het gewicht van de zaak torst. Hij neemt alles persoonlijk en is als een haai die bloed ruikt. Hij is alert en belezen genoeg om de grijze cellen te laten werken, hij is driest en brutaal genoeg om zijn eigen weg te banen. Kortom, in volle onderzoek kruis je best niet zijn pad.

Het vakwerk dat Claes elke keer aflevert maakt van deze politieserie een pronkstuk van aanhoudende kwaliteit. Elk boek opnieuw maakt de belofte waar van een spannende lectuur.