Zeg dat het je spijt

Zeg dat het je spijt is de achtste roman van Michael Robotham, met gedragspsycholoog Joe O’Loughlin in de hoofdrol.

Joe zit rustig te eten in Oxford met zijn oudste dochter Charlie, als twee politiemannen hem opvorderen bij een onderzoek, op last van hun chef, afdelingshoofd Drury van de politie van Bingham. Joe’s expertise wordt gevraagd bij de ondervraging van een verwarde minder ontwikkelde jongeman, die zonet twee moorden zou hebben gepleegd en een huis in brand gestoken. O’Loughlin vermoedt vrij snel dat de jongen onschuldig is en dat er een verband kan zijn met de verdwijning van twee tienermeisjes, drie jaar geleden, wat toen het nationale nieuws haalde.
In een tweede verhaallijn volg je van begin af mee de denkwereld van Piper Hadley, een van die tienermeisjes, die nog steeds in leven worden gehouden door hun ontvoerder. Piper berust in haar lot tot haar vriendinnetje ontsnapt, maar sterft.
De wetenschap dat beide meisjes niet dood zijn, doet helemaal geen afbreuk aan de spanning, want gelijklopend met de speurtocht van de politie en O’Loughlin krijg je ook druppelsgewijs de verklaring. O’Loughlin krijgt de hulp van familievriend Ruiz, maar wordt, nu al acht romans lang, geplaagd door de ziekte van Parkinson. Bovendien leven zijn vrouw en hij gescheiden, kortom, genoeg complicaties om van O’Loughlin geen perfecte held te maken. Toon, complicaties en psychologie in deze roman zitten constant goed. Niet weg te leggen.